Deze zomer heb ik gestraald in de zon alsof ik nog nooit gestraald had. Tot vannacht. De wind heeft vannacht de herfst aangekondigd. Soms fluisterend en soms heel bombastisch met striemende regenbuien. Soms zelfingenomen, gniffelend. Het gebeurde zomaar ineens en ik wist direct dat het menens was. Ik zag het gebeuren.
Ik merk ook direct dat ik gehoor geef aan de neiging er niet tegen te vechten. De zomer was heftig. Ik heb weer rond gerend als een idioot. De zon en de warmte zijn gek op mij. Gelukkig is de zon er de eerste tijd niet echt toe in staat me zo gek te krijgen als in de zomer. Anders zou het zomer blijven voor mij, geloof me.
Door de langere nachten en de dalende temperatuur ga ik iets langzamer leven. Het gaat vanzelf. Binnen en buiten leeft iedereen meer ingetogen. Bijna poëtisch als je dat aanschouwt; een met plassen geplaveide Hinthammerstraat in de stromende regen. Mensen met dikke jassen aan, ogen neergeslagen tegen de scherpe wind die de regen opjaagt. Het enige dat ze scherp zien is vier tegels in het vierkant. Alle zintuigen vechten mee om een verdediging tegen de kou op te werpen en sluiten en passant alles behalve de vage contouren van de omgeving buiten.
In het donker, vooral als het koud is, verandert het leven om me heen. Het bewijs daarvoor is duidelijk waarneembaar wanneer je je zonnebril afzet. Zelfs de schreeuwende pepernootreclames en het uitzicht op rijk gevulde feestelijke dagen verbleken bij zonlicht. Een prachtige schijnbeweging waardoor miljoenen euro’s van zak verwisselen zonder ook maar iets te veranderen. Maar ja… wie heeft dat door? De bal is in geen velden of wegen meer te bespeuren. De schijnbeweging beweegt schijnbaar autonoom verder.
Dingen hebben en kopen blijft in Nederland favoriet voor diegene die bang zijn voor kou en duisternis. Drugs, Neushoornbiefstuk en vluchten achter de zon aan doet het ook vaak goed. En omdat er toch nog enkelingen zijn die niet gevoelig zijn voor die verlokkingen zijn gelukkig ook nog 24-uursbedrijven die nooit stoppen met werken.
Er zijn vast meer dan een miljoen onmisbare arbeidskrachten die onder niet van echte te onderscheiden TL licht de winter buiten sluiten. Ik word er een beetje stil van. Aan de ene kant zie ik de humor van het plaatje wat ik kunstmatig en provocerend in elkaar heb geknutseld. Aan de andere kant voel ik de pijn van het stukje van mezelf dat in dat plaatje verborgen zit.
Ik heb vele winters door gezomerd met een intens verlangen naar de winter. Wachtend op het moment dat ik alles had, elk land kende, ik zoveel speed in mijn lijf had dat ik door het drinken van mijn urine nog 2 weken voorzien was van chemisch zonlicht. Ik heb gewacht tot de honger gestild was en tot ik eindelijk misbaar was. Een doodlopende weg…..zeker voor diegene die verblind zijn door zonlicht….of….
Vergis ik me? Komt er een eind aan het wachten? Mijn lijf voelt anders aan. De opgeslagen zomer brandt intenser. Ik voel de eindigheid ervan. Als ik mij níet vergis krijgt mijn neiging tot door zomeren deze winter natuurlijk tegenstand van mijn lijf. Het komt uit onverwachte hoek al heb ik er anderen over horen praten. Ik ben een ouwe lul aan het worden! Mijn lijf vertelde me vol liefde en met een helderheid die ik niet kan vertroebelen dat de kracht van hoop, illusie, jeugd, woede, verdriet en haaievinnensoep te maken krijgt met een nieuw fenomeen. Een soort omgedraaid evenredig mooie kracht die alle andere krachten zal relativeren.
Zou de winter dit jaar dan eindelijk wit zijn? Mag de kou verkoeling brengen? Mag de duisternis stilte brengen? De traagheid mijn angst voor het donker wegnemen.
Glimlachend steek ik een kaarsje aan. Ik ben er klaar voor!