Kloostertuin

Het is vroeg als ik opsta. In het klooster gaat dat als vanzelf. Als het donker is rust ik en met het licht word ik wakker. Zonlicht. Ik loop slaapdronken naar beneden, rechtstreeks de tuin in. Muk staat al op me te wachten….

Net vóór ie zijn allermooiste kukel wil kukelen sta ik voor z’n neus. Met één oog open kijkt ie onmiskenbaar trots naar me. Dat duurt maar heel even want hij heeft honger en z’n enige kippie ook. Hij duwt me een beetje richting schuur. Richting ontbijt. Met zijn koppie tegen mijn knie loodst hij me zonder omwegen door de kloostertuin. Z’n kippetje blijft lichamelijk op gepaste afstand terwijl ze m’n hoofd vult met zorgeloze tokkeltjes.

De ochtend is begonnen met het mooiste licht van de dag. Met een grote mok koffie nestel ik me midden in de tuin. De flinterdunne zonnestralen spoelen me schoon. Muk en z’n kippie tokkelen of kukelen beurtelings met volle bek en kraaien cirkelen kraaiend om de kerktoren. De kikkers maken een hels kabaal en tussen de hommels, vlinders en libelles hoor ik geluiden uit het verleden. Flarden. Dit is niet zo maar een tuin.

Om de tuin staat een muur. De muur houdt niet zozeer het leven van buiten buiten. Hij houdt het leven van binnen binnen en het leven gedijt er goed. Iedereen die nu naast me wil komen zitten krijgt koffie en zal knikken bij het horen van die zin.

Hier, precies op deze plek heb ik voor de eerste keer besloten om mijn leven nog een kans te geven. Mijn leven zonder speed. Ma Wil die de zorg voor het klooster en de tuin er omheen overnam,  liet me binnen toen ik geen andere plek had. Nu is het ook mijn plek. Hier breng ik geen rottigheid meer naar toe.

Als Poes iets te dicht bij kippie komt gaat Muk rechtop staan. Muk zet één stap richting Poes en Poes draait om met een pesterige “mrauw”. Alsof een echo dat moment wil onderstrepen klinkt er een schelle “mauw” van een Steenuil achteraan en “KOFFIE!”

Gasten, vrienden, bewoners en bewonderaars starten de dag samen. Met koffie zonder zorgen en licht gebakken koekjes. Ma Wil vertelt dat de gemeente een plan heeft ontvangen voor de bouw van huizen in de tuin. Voor het omvormen van het klooster en de kerk in appartementen…. Ik verstijf ….

Het wordt stil. Ik word stil. Mijn adem stokt zelfs maar ma praat door. Ik kijk naar de tuin en hoor haar stem langzaam verdwijnen terwijl ik met een half koekje naar de vijver loop. Als ik me omdraai zie ik het klooster en de kerk.

Deze grond, de tuin en het gebouw is bijzonder. Degene die er zorg voor dragen en droegen begrijpen dat. Hier mag iedereen komen die er kracht uithaalt en instopt. Mensen die er komen gaan weg en komen weer terug.

In het water van de vijver zie ik mezelf staan. Ik vraag hardop: “Zou ik ook glimlachend met de tranen in m’n ogen koffie mogen drinken in de tuin van een eigenaar? Zou ik….?”

Het is vijf voor twaalf. Ik wacht nog even op de klokken voor ik verder ga. Nog even….Nog even licht.

Mar10

Geplaatst in Columns | Getagged , | Een reactie plaatsen

Minder dan niets

Kijk daar gaat het dus mis. Daar gaat het goed mis. Steeds als ik mezelf tot de grond toe afbreek met grote hoeveelheden drugs, met meditaties, medicatie of andere hardloopwedstrijden zonder finish komt er een punt dat ik niet verder kan. Dan moet ik verder. Verder met minder dan niets.

Met minder dan niets ben ik op m’n best. Zonder geld of eigen plek ben ik gelukkig. Niemand kan me dan raken. Er is niets meer waarmee ik in bedwang gehouden kan worden. Dreigementen of beloningen hebben geen vat meer op me. Dan voel ik me vrij.
In Nederland mag dat alleen als ik zwaar psychisch gestoord ben. Al dan niet chemisch geïnitieerd of in stand gehouden.

Pas als ik een dansje maak met de agent die me opraapt omdat er een naald onappetijtelijk in m’n arm is blijven hangen, mag ik mezelf zijn. Als ik narcissen omhels en spoken ongegeneerd uitdaag om me te pijpen…. dan laten ze met rust.

Rust. Eenmaal met rust durf ik me iets meer te openen. Ik hoor weer mensen om me heen. Mensen die net als ik gelukkig zijn. Harde werkers en priesters. Jong vrijgestelden en oude flierefluiters. Kinderen die buiten spelen in de regen. Mensen die honden uitlaten en vol enthousiasme vertellen over Bello’s blauwe bijtring. Ze zijn net als ik…. anders. Hoe doen ze dat toch?

Nienke kijkt me aan en zegt: “Pap, gaan we zo?. Ik wil naar de stad”.” Sjoppuh!”, schreeuwt Fenna huppelend. Ze hebben meer geld dan ik, m’n meskes. Hun moeder snapt hoe het werkt met geld. Ze zigzagt overal tussendoor. Vroeger offerde ze zichzelf er voor op maar nu doet ze het anders. Ze wordt steeds mooier.

In rust lijkt alles mooier. Langzaam ebt noodzakelijke drukte weg en heb ik geen gekte meer nodig om me vrij te voelen. Ik heb zelfs een huisje. Midden in het bruisende hart van Den Bosch. Als ik vijf euro over heb dan geef ik het aan mijn meiden al kan ik dan twee dagen niets eten.

Morgen komt Mira. Mira en ik vinden elkaar zo leuk dat we vaak bij elkaar te vinden zijn. Ze snapt dat ik vrij wil zijn en probeert dat ook te accepteren. Het lukt haar niet zo goed maar dat is niet zo verwonderlijk. Het lukt mij ook niet zo goed.

Vrij zijn in rust is zo moeilijk. Vrijheid is begerenswaardig. Als ik rustig ben hebben mijn meiden me nodig om zichzelf neer te kunnen zetten in de hectiek om zich heen. Ik moet zelf een formulier invullen want het gaat goed met me. Geld van jou voor mij.

Geldt dat ook voor jou?. Weer betaalt Mira mijn shag en goede speed is bijna nergens meer te krijgen. Gister reed ik fluitend door de stad op een fiets zonder licht een agent voorbij…. Met de belofte het licht te repareren mocht ik door rijden….Ik kwam met de schrik vrij. Waaaaaaaaaaaaaaa! Vrij?

Kijk daar gaat het dus mis. Daar gaat het goed mis. Steeds als ik tot rust kom zonder grote hoeveelheden drugs, meditaties, medicatie of andere eindeloze hardloopwedstrijden komt er een punt dat ik niet verder kan. Dan moet ik verder. Verder met minder dan niets.
Verder met….

Mar10

Geplaatst in Columns | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Flierefluiters gezocht [m/v]

Op een formulier van de belasting kriebel ik een rijmpje. Ik fluit een liedje met de-eerste-de-beste Merel mee. Bij m’n handtekening teken ik een lachebekje. Het lijkt me zo saai om alleen maar cijfers en kruisjes te controleren. Secuur, netjes, altijd op tijd en het overgrote deel zonder fouten.

Ik druk m’n joint uit en loop richting stad. Misschien ga ik zelfs de stad ìn. Gewoon…. Op zoek naar een brievenbus of zo iets. Het is  bijna half zeven en dan is het op zondag nog rustig. Kijk, de zon kondigt zich net aan. Nu is ze op haar mooist. Dat vindt de Merel ook.

In het tunneltje staan drie kinderen stil bij een  fiets. Een meisje kijkt boos en schopt tegen de band. Ze gooit haar armen omhoog met erachteraan: “KUTFIETS…. Godverdomme!”. Een veel kleiner jochie zegt: “Je moet gewoon doorfietsen!”. Hij grijnst erbij. Het andere jochie zwijgt want het meisje wordt bozer en bozer. “Ja dat kan niet meer met die kutfiets. Hij doet het niet meer!”

Het tafereeltje is vermakelijk en ik ga iets langzamer lopen. Het meisje is nu woest. Als ze merkt dat ik vertraag, roept ze: “Hee…. Sta daar niet zo stom te lachen…. Godverdomme! Je moet niet lachen, je moet HELPEN! Stomme kutfiets!” Ik blijf staan tot de echo uit het tunneltje is verdwenen. Als ze me aankijkt, zie ik mezelf in haar ogen. Ik glimlach.

De fiets is inmiddels gevloerd. Het achterwiel zit muurvast. De snelbinder zit strak tussen een paar spaken en het wiel is niet vooruit te krijgen. Ik draai het wiel terug. Terwijl ze door kwettert zeg ik tegen haar: “Zo. Hij zat klem. Ik heb ‘m even terug gedraaid naar toen ie het nog deed. Probeer het nu nog maar eens”. Het gevloek gaat via gekwetter naadloos over in: “Dank u wel meneer ….als mijn fiets kapot is wordt mijn vader heel boos en dank u wel meneer. Fijn!”. Ze is geen seconde stil. Ze stapt op en fietst lachend weer verder. Verder de stad in. Net als ik.

Het wordt al drukker op straat. Aan de overkant van de brug loopt een man. Fluitend. Hij heeft z’n handen in z’n zakken en zijn broek is te kort voor de tijd van het jaar. Ik fluit met hem mee zolang m’n glimlach het toestaat.

Volgens mij zijn we ongeveer even oud. We fluiten in ieder geval even mooi. Het is vast ook een papa. Zou hij gescheiden zijn? Hij ziet er gelukkig uit. Hij straalt zelfs en zijn liedje is vrolijk! Een vreemde fluiter; zelfverzekerd. Wat zit z’n haar netjes….

De man stapt in een prachtige auto en rijdt weg. Hij toetert als ie voor me langs afslaat. Een beetje in de war begin ik te grinniken…. Ik lijk wel verlegen. Hihi. Volgens mij was is het een echte. Een Flierefluiter. Ik ziet ze steeds vaker en op de raarste plekken.

Als ie ver genoeg weg is, draai ik me om. De lucht is nu helemaal open. Morgen wordt weer een zondag voor mij. Als de zon tenminste durft. Aan mij zal het niet liggen…. “Aan mij niet!” Fluitend loop ik verder. Naar de volgende misschien. Tot zo!

Mar10

Geplaatst in Columns | Getagged | Een reactie plaatsen

‘Sven THE man’

‘Sven THE man’

Hij is er klaar voor. Dit wordt zijn lente. De mooiste van z’n leven. Als ik naar Sven kijk raak ik bevangen door respect. Hij gaat naar de Olympische spelen en hoe!
Begin twintig is ie. Leuk joch om te zien. Hij wint bijna alles met overmacht. Soms lijkt het zelfs alsof er niemand anders heeft meegedaan. Sven staat al te springen op het hoogste blok met een duidelijke ‘1’ erop als nummer twee afgemat de lijn passeert. De twee blokken ernaast dragen geen noemenswaardig nummer en lijken niet hoger dan een broodtrommel.

Jaar in jaar uit is ie omringd met mensen die hem begeleiden om ‘Sven the man’ te zijn. En dat is ie steeds weer. Vol trots, vol strijdlust, vrolijk, afgetraind en met nooit haperend kritisch-realistisch zelfbeeld.

Hij leeft een leven in de naam van sport en iedereen kijkt mee. Sterker nog, als Sven wint, krijgt zeven procent van Nederland korting op de gasrekening. We zijn vóór Sven en staan achter hem. Orgastische taferelen rondom de schaatsbaan sieren het tv-scherm van honderden miljoenen nadat Sven met twee vingers in zijn neus finisht. Plagerig schaatst hij de laatste dertig meter achteruit.

Het lijkt hem niet te ontwrichten. Hij schaatst. En daar is ie toevallig goed in. Hij leeft alles wat ie wil leven. Niemand waagt het om zijn superioriteit ter discussie te stellen dus legt hij aan niemand dan zichzelf verantwoording af. Huisje hier, etage daar. De betere hotelkamers met goede bedden. Wordt geregeld.

De beste artsen, fysiotherapeuten en diëtisten, prachtige kuiten en billen, materialen uit top-secret hightech laboratoria. Steeds gaat hij sneller. Alles wat Sven kan brengen tot een betere prestatie dan zijn vorige krijgt hij op een presenteerblaadje. Tot ie sterft.
Ik vraag me af wat ie nu aan het doen is. Als hij straks met minstens twee of drie gouden medailles thuis komt wordt zijn naam in het register aller registers opgetekend. In sierletters van bladgoud. Wat doet dat met hem? Nu!

Op tv loopt ‘THE man’ ontspannen in trainingspak vrolijk naar de ijsbaan. Muts op. Het puntje van z’n neus en zijn oorlellen zijn vuurrood en er komen wolkjes stoom uit z’n mond. Hij zwaait en kijkt vrolijk over zijn schouder terwijl hij na een hupje stevig door loopt. Een snotneus. Hij lijkt ontspannen. Hij ís ontspannen. Op m’n asbak ligt een jointje te roken. Ik neem nog een hijs en begin te glimlachen terwijl ik er naar kijk.

Voor me ligt een stapeltje papieren en ik blader er doorheen. Er zitten twee identieke dagvaardingen tussen waarvan één aangetekend. Een rechter-commissaris dwingt me om te getuigen tegen iemand die me speed brengt als ik dat nodig heb. Zal ie  het begrijpen als ik die jongen daarvoor in de rechtszaal, met heel m’n hart bedank?

Eigenlijk zou ik half Nederland moeten rond rijden om de allerbeste speed te zoeken, het laatste restje ervan voor zijn neus opsnuiven en dan met een strak gezicht de ontkosten ervoor declareren.

Er zit ook rekeningen en berekeningen tussen van de belastingsdienst. In de brief staat dat ik teveel geld heb gekregen. Veel te veel geld. De dienst heeft een foutje gemaakt en nu moet ik het geld terug geven. Ik heb het gekregen zonder dat ik begrijp waarom en moet het terug geven nu  het er niet meer is.

Met mijn hoofd in mijn handen en mijn ogen dicht zucht ik diep. Soms…. heel soms word ik er gek van. Dan zit ik net voor het startschot ergens in een donker hoekje alleen te huilen of te lachen…. naar Sven. Hij schaatst naar een gouden medaille. Zonder tegenstander.

HUP SVEN!

Mar10

Geplaatst in Columns | Getagged , | 1 reactie

Ik heb zin in vandaag

Het is zo’n dag. Een perfecte. Vanaf het begin al, al had ik toen mijn ogen dicht. Het zonnetje geeft alles wat ie te geven heeft en maakt de sneeuw witter dan wit.  Met alle ramen en deuren open stroomt de hele wereld door m’n huisje. Nu. Ik voel me één met alles om me heen. Opgelost!

Met m’n hoofd uit het raam glimlach ik de zon uitnodigend tegemoet. Totdat m’n verwarming pruttelt. Dan doe ik het raam een ogenblik dicht. Met thermostatische precisie spelen we een spel in het gebied tussen te warm en te koud. Alles en iedereen doet waar ie goed in is.

Ik ga zitten en draai een shagje. De echo’s in mijn hoofd volgen gedwee alle regels die gelden bij de geboorte van een symfonie. Ze zijn bijna onherkenbaar want ze vinden de harmonie niet alleen in zichzelf maar ook in alles wat nog echo’s zal produceren. Maakt het wat uit?

Er stromen kleurige beelden verstrooid het venster van m’n linker oog binnen. Ze ontsnappen deels via mijn rechteroor en deels via m’n neus naar buiten. Door en door. De kamer, het venster en het raam. Rust blijft achter. Het speelt tikkertje-met-verlos met komende en gaande minuten. Enigszins verstoord slaan de uren het schouwspel seconden lang ingetogen maar  niet onberoerd gade.

Bij het openen van m’n ogen landt een kraai op de enige tak van de boom voor m’n huis.  Ik wrijf het zand uit m’n ogen. Naast de kraai zit een andere vogel; een bruine. Ik ken het soort wel. Het soort dat niet thuis hoort in de boom voor mijn huis. Een vreemdeling!

De vreemdeling is veel groter dan de kraai. De tak buigt zelfs onder zijn gewicht. Met een zweem van onaantastbaarheid als schild zit ie onbewogen en met gesloten ogen niet meer dan een vleugel lengte van de kraai.

De kraai schuifelt heen en weer en probeert met haantjesgedrag de vreemdeling te provoceren. Zonder enig effect, zo blijkt, want na enige tijd neemt z’n gekraai af.
Tevreden met z’n optreden gaat ie stil zitten. Er passen nu niet meer dan twintig centimeters tussen de kraai en de vreemdeling.

Pas op het moment dat de kraai iets meer dan gerustgesteld zijn ogen sluit, zie ik de vreemdeling bewegen. Traag draait ie z’n hoofd naar rechts. Bijna onzichtbaar langzaam. Hij opent zijn ogen en kijkt met helgele ogen iets voorover gebogen naar zijn buurman.

Het is goed. Hij gaat weer rechtop zitten terwijl  z’n snavel hoeken een ietsiepietsie omhoog krullen. Hij schudt een veertje recht, tilt even een poot op en laat zich terug zakken in de zelfde kracht waar ie de seconde ervoor uit kwam. De kraai probeert tevergeefs een diepe zucht te onderdrukken. Voorzichtig duwt  ie nog een paar centimeters tussen hem en de vreemdeling uit.

Alles klopt vandaag. Er is een wapenstilstand zonder wapens. Een zonder meer toevallig samen zijn. De hele wereld stroomt. Vanaf het begin al, al had ik toen mijn ogen dicht. Het is zo’n dag; een perfecte.

Ssssssst!

Mar10

Geplaatst in Columns | Getagged | Een reactie plaatsen

Demonen dansen in het zelfontstoken licht

Het is nu tien minuten voor twaalf. Voor het eerst sinds zeven jaar heb ik weer een vuurpijl gekocht. Één pijl. Een pijl waarmee ik vroeger demonen uit het oude jaar weg joeg om het nieuwe met een schoon blazoen te beginnen. Demonen waarvan ik het bestaan uit boeken las, waarover ik heksen hoorde praten en die ik bij anderen soms kon waarnemen.

In korte tijd kwam daar verandering in. In eens waren ze er allemaal. Pijl of niet, ze toonde zich bij de eerste kans die ze kregen. Vanaf de eerste keer dat ze bloed roken tot vandaag.
Ruim een kilo speed in zeven jaar is op zich al voldoende voor een groot scala aan demonen. In de ijzige kou op een vers bedje sneeuw gaan slapen werkt ook motiverend voor een gemiddelde demon.

Vrienden die sterven, honger, politiegeweld, huilende ouders en geweldige seksueel of anders getinte uitspattingen maken het bonte gezelschap compleet. Sommige profileren zich als bondgenoot. Zonder hen is het leven in de goot ondragelijk. Ze spelen plaatvervangend geweten of entertainer met de rode neus. Er zijn er ook die de wereld tonen in al haar gruwelijkheid of hulpverleners in walgelijke zwakte. De ene geeft je de kracht om de waarheid van de dag te spreken en anderen maken liegen logisch. Ze tonen je werkelijke schoonheid door alle vuiligheid heen en zijn de grauwe de sluier over de mooiste zonnestralen. Op straat zijn demonen je metgezel. Of je wilt of niet.

Een beetje zelfingenomen ga ik voor het raam staan. Veel demonen die in me huizen hebben de ruimte gekregen om zich te manifesteren. Ik ben goed voor ze geweest. Ik heb ze niet veroordeeld maar geprobeerd te aanschouwen. Ben verder met ze meegelopen dan goed voor me is. Ik ben van ze gaan houden en heb ze in dankbaarheid leren aanvaarden. Ze zijn en blijven een belangrijk deel in mijn leven.

Langzamerhand zie ik wel in dat demonen zijn als jaren en dagen. Ik kan ze verzinnen en ontkennen, wegnemen of schenken. Er verandert niets. Wat er is zal zich tonen. Ze maken deel van me uit. Vandaag misschien een belangrijk of groot deel en gister een klein of nietsbetekenend deel. Soms zie ik de betekenis van een dag al voor de zon op komt en soms pas twee jaar nadat de zon is onder gegaan. Er zijn demonen die ik fluitend aan zie komen en anderen herken ik alleen aan de sporen die ze hebben nagelaten in dagen, weken of soms maanden. Net als met dagen en jaren, zal ik moeten leren dat ik demonen mag laten rusten als ze hun belang hebben aangegeven of als het belang ervan niet meer nodig is.

Het is nu twee minuten voor twaalf. Ik hoor op de achtergrond Ramses Shaffy zijn demonen bezweren:..“Je moet weer stralen… De weg is vrij… De weg is open… De weg is mateloos van mij… Zonder bagage… Kan ik weer lopen… Want ik ben nu vogelvrij”… Ik kijk naar de pijl en de pijl kijkt strak terug. Een beetje hulpeloos zeg ik tegen ‘m: “Zullen we?”, maar hij zwijgt. Ik kijk naar andere pijlen die de lucht verlichten en kleuren. Ik zie demonen in totale verwondering zichzelf oplossen in het zelfontstoken magische licht en ga weer zitten.

Het is nu één minuut voor twaalf. Één minuut voor het enige jaar in mijn leven met dezelfde naam als ik. Wat zal het brengen?

Gelukkig, 20 Mar10!

Geplaatst in Columns | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Met Lotus mee

Met m’n ogen dicht zit ik tegen een muurtje van de flinterdunne zon te genieten. Een boterham in de ene hand en een beker met koffie in de andere. De wind gaat als een razende te keer maar het muurtje waar ik tegenaan zit toont zich onvermurwbaar.
Halverwege de zesde en zevende hemel  word ik ineens ruw ontdroomd.

Naast me zit een dame met helder blauwe  ogen. voorzichtig eet ze de boterham uit m’n hand op.  Als ie op is gaat ze twee meter verder zitten. Minutenlang blijft ze trots en onbewogen zitten. Het is precies een Boeddha in Lotuszit. Zou ze ook van de zon genieten?

Na pakweg vijftien Kilowatt aan zonneschijn pak ik  m’n tweede boterham. Ze draait zich naar me toe en kijkt vrolijk. Eerst naar m’n boterham en daarna naar mij. Ik vraag aan haar of ze nog honger heeft. Op handen en voeten tippelt ze neuriënd naar me toe en begint te kwispelen.

Een beetje in de war van deze plotselinge vrolijkheid vergeten we alle twee onze manieren. We kruipen zonder woorden dicht tegen elkaar en eten heel erg langzaam de boterham op. Het lijkt net of we elkaar al jaren kennen. Evenveel jaren als er in werkelijkheid minuten zijn verstreken.

Nadat elke kruimel is opgegeten, stop ik het lege boterhamzakje in m’n tas. Ik geef de mooie dame een aai over haar bol en zeg hardop dat ik haar erg leuk vind. Het lijkt wederzijds want na mijn binnensmonds: “Misschien tot ziens”, loopt ze naast me mee richting Maaspoort.

Lachend en pratend stop ik voor een verkeerslicht. Ze volgt me niet want ze loopt gewoon door met haar staart omhoog. Een plagerige blaf met bijpassende schalkse blik over haar schouder tovert een glimlach op mijn gezicht. Ze glimblaft terug.  Dit is veruit de leukste ontmoeting sinds weken.

In het park rent ze als een dolle hond rondjes om me heen, zelfs als ik hard ga lopen. Hier is ze me de baas en dat laat ze merken ook. Ongegeneerd plast ze waar ze staat en loopt al verder voor ze klaar is. Ik ben bijna thuis.

Zal ik haar uitnodigen  voor een bakje water? Misschien wil ze wel blijven vandaag of…. of…. of voor altijd? Wat nou als ik…. en dan bijt ze in m’n hand. Ze heeft een eend gezien en springt meer per ongeluk dan expres het groene water in.

Zou ze in mijn leven willen leven? Rondlopen aan een lijntje? Een ander laten bepalen wat en wanneer ze mag eten? Altijd en alleen met iemand samen naar buiten gaan die met zakje ongeduldig gaat staan wachten tot ze uitgepoept is? Eens in de zoveel tijd zelfs helemaal vrij lopen op een uitrenveld van 20 vierkante meter? Bedelen om snoepjes, pootjes geven aan iedereen die er om vraagt, omrollen en vetgemest op mijn bank in slaap vallen?

Ik moet even slikken. Dit is mijn leven. Ik kijk naar het prachtige met kroos besmeurde schepel. Ze schudt zich flink uit en kijkt me hoopvol aan. Gaan we?

Ze hoeft niet eens met haar ogen te knipperen. Ik was al om na de eerste glimblaf en ze weet het. We gaan. Gewoon verder. We hebben hier niets te zoeken…

MAR10

Geplaatst in Columns | Getagged | Een reactie plaatsen

Waarom?

Na een lange wandeling aan het einde van gister ging ik naast dr zitten. Vragend keek ik dr aan. Volledig bewust van wat het zou veroorzaken zei ze dapper: “Wat zit je dwars lieffie?”
Enigszins verward maar vastberaden begon ik. “Waarom heeft bijna elk huis in Nederland verwarming, thermopaneglas, een parkeerplaats, een inbouwkeuken, dak- , spouwmuur- en of vloerisolatie? Waarom mag ik niet kiezen om in eenvoud te wonen voor een onwerkelijke prijs? Waarom moet Afghanistan veilig zijn volgens jouw normen en waarom gaan we in Soedan putten slaan?

Waarom wordt de juffrouw boos als ik huil in de klas en waarom moet ik flink zijn? Waarom kijk jij eerst in je agenda als je me wil zien? Waarom mag ik niet zelf beslissen wat ons kind leert? Waarom kunnen we niet op elk gewenst moment samen wandelen en waarom kunnen we niet zelf beslissen hoe vaak en waar we huilen of lachen?

Waarom luister ik naar jou? Waarom is het aantal bewakers tegen agressie in overheidsgebouwen zoveel groter dan bewakers tegen verdriet, vrolijkheid of angst? Waarom mag er bij de publieke omroep nog steeds reclame worden gemaakt voor twee flessen wijn voor de prijs van één? Waarom hebben homo’s aparte wetgeving nodig om te trouwen en waarom voelen ze zich dan NIET gediscrimineerd?

Waarom krijg ik bij jou maar één koekje bij de koffie? Waarom stijgt het aantal zelfmoorden zelfs nadat het wettelijk niet meer is toegestaan zonder deskundig vastgesteld ondragelijk lijden.

Waarom is ondragelijk genieten minder erg dan ondragelijk lijden? Waarom zijn er zoveel mensen boos op de Paus? Waarom speelt nationale veiligheid zo’n grote rol en is elk klaslokaal nog steeds onderworpen aan een totalitaire dictatuur? Waarom zijn paddo’s verboden?

Waarom moet ik nu al sparen voor mijn oude dag als die dag aan verandering onderhevig is? Waarom accepteer ik een boete als ik m’n verdrietige kind thuis houd omdat het bos dr vandaag beter doet dan school? Waarom betaal ik voor de verbreding van de A2, de renovatie van Sint Jan en de postzegelverzameling van Sint Willem-Alexander Claus George Ferdinand, Prins der Nederlanden, Prins van Oranje Nassau, jonkheer van Amsberg? Waarom mogen minima niet eens per jaar even met Maxima?

Waarom betaal ik parkeergeld op openbare wegen waarvan ik zelf deels eigenaar ben en waarom doe jij altijd de boodschappen? Waarom betaal ik voor een zorgverzekering die mijn noodzakelijke zorg niet dekt? Waarom mag de miljoenennota niet uitlekken in een jaar waarin die nota geen enkele zin bevat met meer dan ambtelijk poëtische waarde? Waarom heeft Balkenende nooit meer een schaap geneukt sinds ie presideert? Waarom krijgen politieke vluchtelingen in Nederland geen stembiljet in plaats van een inburgeringcursus? Waarom is marktwerking tussen verzekeringsmaatschappijen en nutsbedrijven zo effectief en tussen landen niet? Waarom bestaat witbrood?

Waarom maken we van gevangenissen geen mensentuinen volgens Artis-model? Waarom betaal ik voor steeds hogere snelheidslijnen, steeds diepere zeetunnels, steeds mooiere bruggen, en steeds kleinere hondenuitlaatplaatsen? Waarom mag ik niet op het trottoir schijten als ik een schepje en een zakje bij me heb?

Waarom stellen we geen fokprogramma’s op tegen uitsterven van eerlijke liefdevolle mensen van elk pluimage? Waarom halen we de oorlog uit een kindsoldaat NADAT we m er eerst in laten vechten? Waarom is er geen eindhalte op de lijn in de vaart der volkeren? Waarom mag ik een Yorkshire Terriër   niet opeten als ik m vang? Waarom baggeren we de Westerschelde niet uit? Waarom zijn meer, betere en mooiere tv programma’s in het algemeen voldoende argument voor tv-reclames over penisvergroting?

Waarom komt Bos weg met het uitgeven van beoogd bezuinigd geld uit te nemen maatregelen over vijf jaar (of zo) en waarom eis ik voor deze zeer riskante investering geen bonus op? Waartoe zijt gij op d’aard en waarom kent mijn spellingscontrole het woord zijt niet eens meer? Waarom luister jij naar mij?”

Na tien volgesprankelde, lege en doodstille seconden zei ze liefdevol: “O, is dat alles? Das toch eenvoudig gekkie. Daarom natuurlijk. Daarom!”  Melk en suiker?”

“~+:+:+ MMmmmMmmMM +:+:+~”                   Mar10

Geplaatst in Columns | Getagged | Een reactie plaatsen

Fool on the hill

Eigenlijk ben ik het gewoon ineens. Als het ware ben ik erdoor overvallen. Ik ben formeel ‘gek’ *zie voetnoot 7. Dat ik gek ben weet ik natuurlijk al lang maar nu het formeel is, lijk ik uit mijn verband getrokken. Vooral de totaliteit heeft me verrast. Aangenaam verrast, gek genoeg.

Ik heb de eerste dertig jaar van mijn leven ‘gekte’ opgepoetst met humor en beschermd met emotie of intelligentie. Ik heb m’n charmes ingezet op belangrijke momenten en onweerstaanbare uitspattingen bezworen met schuldbesef en leugens. Gewoon. Omdat het me zo geleerd is. Ik zag er bovendien de voordelen wel van in. Eigenlijk werkt gekte normaal gesproken gewoon.

Tot nu dan. Het is nu namelijk officieel. Een mijlpaal. Van officieel op zichzelf word ik normaal gesproken al gek, wat op zich niet zo gek is. Als ik daarbij optel dat ik “het” al was maar niet deed is het mij volstrekt helder als alles troebel is. Ik raak dan ook meer en meer onder de war door met alles en iedereen. Dat moet jij ook gemerkt hebben. Ik bedoel, soms lijk ik zo gek nog niet. Dan loop ik normaal tussen normalen en doe alsof niet gek doen hetzelfde is als normaal doen. Jij trapt erin. Ik ook.

Verbazing alom, tot nu….
Ik hoor net iemand roepen: “Hey! Doe us normaal!”, en zie mezelf schrikken. Mijn undercoveroperatie faalt en ik kom even bij. Meestal zie ik mezelf dan iemand beestachtig uitschelden om doodnormale misverstanden. Of ik lig stoned in m’n eigen zeik op de vloer van mijn keuken. Zeg nou zelf; wie neemt wie hier in de zeik? Ik ben niet normaal en vanuit die positie rest slechts goed gek. Ik droom soms nog normaal en daarmee moet ik het doen.

Vergissen is normaal en daarom geen grootheid in gekte. Vergis je dus niet. Gek zijn in formele zin is geen makkie. Specialisten*zie voetnoot 3 voeren lijkschouwing op je uit tot je dood en rapporteren de bevindingen aan geldverstrekkers. “Het zou u veel waard moeten zijn hem niet meer op de arbeidsmarkt te plaatsen. Zijn behoefte om gekte te zaaien is groot zonder enige kans op recidive. Vervallen in oude gewoontes kan pas als ie er eerst tijdelijk mee stop en dat lijkt uitgesloten”. En nu?

Misschien accepteer ik mijn lot te gekscherend of denk ik er te luchtig over. Misschien praat ik te eenvoudig en doe ik mijn best niet echt. Misschien creëer ik wel lotten en laat specialisten waken op de grens van echt en wonderbaarlijk. Laat ik specialisten mijn lotkunst bewonderen zodat ik verder kan met de volgende voor ik er één accepteer.

Gek genoeg maakt het me niet uit. Uit angst voor de dunne witte lijntjes tussen gekte en genialiteit ben jij in dit leven te druk om mij te ontmoeten en daar baal ik van. Mijn eerste lot bracht me tot het uitgummen ervan en ik mis je een beetje.
Om normaal van te worden. Pom, pompom, lalalaaaaaaa….
And he never gives an answer,
But the fool on the hill,
Sees the sun going down,
And the eyes in his head,
See the world spinning ’round*zie voetnoot 1

Mar10

*Voetnoot 1,  7 en 3
Er zijn voor het fenomeen ‘Gek’ veel wetenschappelijk correcte termen bedisseld. Helder gecategoriseerd en duidelijk begrenst. Per term zijn er talloze specialisten die er veel over weten en minstens zoveel die volstrekt in het duister tasten indien ze er  in het echtmee  worden geconfronteerd. Bedoelde termen evolueren gek genoeg vrij statisch achter het veranderende fenomeen aan en specialisten specialiseren zich dientengevolge. Multiple choice examinering speelt hen gek genoeg part noch deel. (uit: Witlof der zottigheid, Dhr. A. en O Niem, pagina’s inlegvel 1 sub14 tot en minder 2 en of The fool on the hill van wat Beatles)

Geplaatst in Columns | Getagged , | 1 reactie

Psychoprate Woordenaar

Midden in de maatschappij. Huisje, boompje, beestje én een baan. De basis is sterk en bestaat vaak uit een organische twee-eenheid. Pioniers uit de karavaan die een andere weg zijn ingeslagen. De meeste paden zijn gebaand. Eenmaal op de juiste weg wordt op een beschikbaar stukje bol een plek ingericht. Een plek waar het leven fijn is. Alleen op dit plekje is mezelf zijn vanzelfsprekend. Elk plekje is van iemand en dat is niet voor niets. Het plekje is duidelijk te onderscheiden van andere plekjes er omheen.

Hekjes met prachtige naambordjes. Prikkeldraad met en zonder stroom. IJzeren design gordijnen als frivool doch ondoordringbaar energieschild tussen thuis en niet. Zonder een plekje ben ik ‘kind van’. Kind van m’n ouders, kind van god, kind van de maatschappij of kind van de rekening.

Zelf een plekje inrichten is een grondrecht. Zo belangrijk dat het overgrote deel van die inrichting bij al dan niet geschreven wet vast ligt. Afwijken ervan heeft consequenties. Na een bepaalde tijd zal blijken hoe ik om ga met de verantwoordelijkheden die bij een eigen plekje passen. Hier en daar een pas op de plaats maken en met of zonder hulp een doorstart maken. Meestal met elkaar maar soms ook met een ander. Conflicten worden het liefst in een goede verstandhouding opgelost. Eventuele kinderen worden zoveel mogelijk ontzien.

Verantwoordelijkheden worden verdeeld en herverdeeld. Evenwicht brengt het beste boven. Periodiek uit evenwicht raken is niets meer dan voeding van de angst ervoor. Leven en laten leven. Leeftijd en levenservaring brengen inzichten. Inzichten zoals de schoonheid van klaprozen en de blaren van brandnetels. Liefde krijgt nieuwe dimensies. Er vallen ook dimensies weg.

Oog voor jezelf, je naasten en je omgeving. Zorgen voor een goede lichamelijke en geestelijke gezondheid. Soms gaan belangen van een omgeving boven persoonlijke belangen. Aan de andere kant mogen individuen nooit onevenredig geraakt worden door het groepsbelang zonder een passende genoegdoening voor het persoonlijk lijden. Waardering vindt voornamelijk plaats door geldelijke beloning. Geld wordt omgezet in drinken, eten, kennis, vaardigheden, bezittingen en verzekeringen. In die volgorde. De levenslijn staat vast en ontsnappen kan niet.

Walgelijk en tegelijkertijd van onmetelijke schoonheid. Groots! Eraan ontsnappen is nutteloos al wordt het nog zo vaak geprobeerd. In massa’s groot en klein. In woede en in liefde. Met kennis en met macht. Eigen meningen en bijzondere gaven komen en gaan. Ideeën worden geboren en uitgemoord. Steeds meer dingen kunnen op een steeds kleiner plekje in ruimte en tijd.

Leven binnen de regels van de grote gemene deler gaat me slecht af. Ik ben er gewoon niet zo goed in. De idiote stoelendans op muziek van de vogeltjesdans met vooraf bekende afloop is geestdodend. Het frustreren ervan ook. Als de muziek stopt lig ik allang ergens aan het water te dromen tot iemand streng zegt: “Jij! Ja Jij! Jij bent af!”
“Af” zijn is voor elk kind traumatisch. “Af” betekent dat je niet meer mee mag doen. Je bent niet goed genoeg. Ontdekt, te traag, dom, arm, ziek en ga zo maar door. Geen kind is in staat op dan nog huppelend achter een vlindertje aan te gaan. Gelukkig is “af zijn” vaak een tijdelijk. Tijdelijk, totdat ik merkte dat ik elke dag af was.

M’n naam verandert en vervaagt. Alles verandert. Ik ben gedreven door onzichtbare krachten die zich vermommen als zwakte. De belastingcontroleurmeneer Uil noemt me een vrouw-deur, toch ben ik officieel erkend als dienstweigeraar (daarbij belasting inbegrepen). Hij snapt niet dat ik geld het liefst direct weg geef. Het is verdomd lastig voor mij als het avond wordt want is het dan licht of donker? Ik heb me vrijwillig verlaagd tot in de goot want ik kreeg geen voet meer aan de grond.

Ik ben gebleven, gevlucht en heb pijn, pech of plotseling aanbeden en verguist. Ik ben een chronisch ontstoken flierefluiter (uiterst besmettelijk), spookfluisteraars en een waanzinnige zinstreel. Ik ben een vooroordeelde psychoprate woordenaar maar toch vooral een flapdrol. Ik kon het A-team niet vinden.

Mijn wereld is echt anders dan ie jou laat geloven. Ik ben “af!”.Verder blijft alles gelukkig hetzelfde.

Mar10

Geplaatst in Columns | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Stilstand is vooruitgang

Noem het vluchten, “de gemakkelijke weg” of asociaal. Noem het zoals je wilt, het gaat niet weg. Drugs bepalen een deel van mijn inwendig straatbeeld. Als ik nu om me heen kijk bepaalt het ook m’n uitwendige straatbeeld. Wat een zooitje. Eigenlijk wel logisch. Ik ben weer nuchter.

Hoe vreemd het ook mag klinken, drugs gebruik ik om aansluiting te houden met de waanzin om me heen en niet om eraan te ontsnappen. Om de sprong vanuit mijn werkelijkheid naar dè werkelijkheid te maken. Om echte mensen onder ogen te komen. Mensen in winkels en kantoren. Zomaar mensen en vrienden.

Veel liever dan honderd gram speed wil ik tot stilstand komen. Tot stilstand op de troon in mijn wereld. De wereld waar niemand me kent. Ik mag er gaan en komen wanneer ik wil tot ik er sterf. Dan blijf ik.

Mensen om me heen rennen rond en racen in auto’s. Elke auto is voorzien van alarm ook al heeft er niemand meer tijd om een auto te jatten. Ik zie mensen virtueel zelfmoord plegen en geniet van de dagelijkse stilte in mijn straat. Ieder individu van boven de achttien is verplicht zichzelf te prostitueren in ruil voor geld. Iedereen behalve m’n buurvrouw van twee deuren verder. Ik weet niet hoe ze heet maar die stilte doet haar ook goed. Ze spreekt zonder woorden of ik hoor ze niet.

Woorden zijn tot kunst verheven net als huilen en lachen. In mijn wereld duren dagen soms weken en valt het me op dat ik de enige ben zonder ploegendienst. Waar ik slaap maakt niet zoveel uit. Misschien liever niet onder een brug of op een bankje in het park, maar bij gebrek aan beter heb ik geen keus. Alles is ingedeeld, heeft een reden met een doel en ik begrijp er niets van.

De Hoge Snelheidslijn wordt hoger en sneller en volgende week stopt elk onderhoud aan dijken. Het is crisis. Oorzakelijke verbanden worden gebruikt om de door zichzelf veroorzaakte wonden te verbinden. Luxe is niet verplicht. Ik wel.

Mijn droomwereld is nog niet af. Ik zie zelf al tegenstrijdigheden en er klopt veel te veel. Overal krijg ik vingers tussen en ik geef toe dat kinderziektes mijn wereld nog omver kunnen blazen. Dat beseft elke papa. Totdat mijn wereld versmelt met jouw werkelijkheid is niets zeker want chaos is er de meest natuurlijke vorm van orde.

Ik kies steeds vaker voor stilstand. Gewoon in mijn werkelijkheid leven zonder jouw werkelijkheid te negeren. Vanuit de mijne is de jouwe oké. Jij bent steeds minder vaak mijn voorbeeld en je wordt steeds mooier.

Als ik weer eens twijfel dan neem ik een lijntje. Dat lijntje dat je steeds uitgooit. Want ik weet waar het toe leidt. Het leidt naar jou. Op jou kan ik rekenen.

Noem het vluchten, “de gemakkelijke weg” of asociaal. Noem het wat je wilt, ik ga niet weg. Ik bepaal een belangrijk deel van het straatbeeld. Wat een zooitje. Eigenlijk wel logisch. Ik ben weer nuchter.

Iemand een jointje?

Mar10

Geplaatst in Columns | Getagged | Een reactie plaatsen

Ik geef het voorbeeld!

Ik merk dat ik de laatste tijd op indringende wijze bewust word gemaakt van mijn zorgvuldig in de schaduwen van het onderbewuste verstopte asociale neigingen. At random openbaren die neigingen zich vermomd in gedrag en nou juist dat deel baart onze SIRE blijkbaar zorgen. Zonder dat ik er erg in heb, wek ik met mijn onbewust asociaal gedrag irritatie op bij honderden mensen per jaar. Daaraan twijfelt niemand en dat staat ook niet ter discussie. Ter discussie staat of ik daar van nu af aan mee weg kom. Daar word ik even bewust sociaal stil van.

Het zou me SIEREn als ik me diep vanuit mijn hart zou conformeren aan diegenen die de verantwoordelijkheid nemen om er anderen op te wijzen dat ze louter door hun staat van bewusteloosheid niet meer wegkomen met asociaal gedrag. En niet alleen dat. Het is voor mij ook een stuk dragelijker als ik me omringd voel door miljoenen onbewust asociale eikels.

Toch lukt het me dit keer niet, hoe graag ik mezelf soms ook wil versieren.
Ik zou me ook sterk kunnen maken door de steeds ouder wordende gevestigde orde met idem vastgeroeste minachtende oordelen over het gedrag van anderen, flink onder de kloten te schoppen. Ik zou mijn kritische blik, mijn scherpe woorden en mijn plekje op dit witte papier kunnen opofferen om de ingeslapen SIRE’s in Nederland wakker te schudden. Ik zou zo graag mijn licht willen schijnen op de bewust grootschalige manipulatie waarmee het gedrag van anderen kortzichtig en oppervlakkig wordt bestempeld als asociaal.

Ik zou kunnen vertellen hoe pijnlijk het voor me is om te ervaren dat elke discussie erover voortijds wordt gesmoord als ook mijn gedrag als “onbewust” wordt weggehoond. Ik vertoon het gedrag. Het IS asociaal en ik weet het niet eens. Ik zou het kunnen doen. Maar het voelt niet goed.

Het is voor mij lastig om aan de ene kant te zien dat het aangeleerde gedrag van een enkeling of van een groep irritatie oproept bij anderen en aan de andere kant om te zien dat een snel vergrijzende massa bestaande uit eenlingen en verenigde eenlingen uit angst en onbegrip terug grijpt op het gedrag in “die goede oude tijd”. Hun gedrag. Beter gedrag.
Elke puber laat in een tijdsbestek van enkele jaren, “die goede ouwe tijd” van pa en ma en alles wat daar ook maar enigszins naar ruikt, achter zich. Elke oude lul krijgt er, tot de dood het van hem overneemt, geen genoeg van. De oude lul kent zijn pubergedrag niet meer en de puber denkt dat ie zestien blijft.

Het wiel draait rond en ik ben nu zowel de puber als de oude lul. Met mijn veertig jaar voel ik me ronddraaien op de middenstip van het voor mij zichtbare speelveld. De puber zette een pirouette in. Wanneer gaat de oude lul wankelen? Als het midden staat voor balans en als het zo zou zijn dat ik alleen NU in staat ben even helder vooruit als terug te kijken dan moet ik stelling nemen. Stelling nemen zonder bepaalde groepen of personen weg te zetten als onbewust asociaal of hoeksteen van de samenleving. Stelling nemen zonder iemand vernietigend te schofferen of te beschermen.

Ik zal het voorbeeld geven.  Kut. Dat is wel een korte zin al zit er volgens mij alles in. Die zin valt in het niet tussen al mijn onbewust onzinnige woorden. Weet je wat, Ik typ de zin nog een keer maar iets duidelijker.

ìK geef het voorbeeld!

Bewust, onbewust, zingend, versierd, naakt, vloekend, jankend, spugend, lachend, genietend, bellend aan de kassa, in de bus en in mijn bed. Met vallen en opstaan. Elke dag weer. In deze wereld is er maar 1 persoon die ALLE gevolgen draagt van mijn gedrag. IK!  En ik? Ik wil alleen maar fijn leven.

Mar10

Geplaatst in Columns | Getagged | 2 Reacties