Met m’n ogen dicht zit ik tegen een muurtje van de flinterdunne zon te genieten. Een boterham in de ene hand en een beker met koffie in de andere. De wind gaat als een razende te keer maar het muurtje waar ik tegenaan zit toont zich onvermurwbaar.
Halverwege de zesde en zevende hemel word ik ineens ruw ontdroomd.
Naast me zit een dame met helder blauwe ogen. voorzichtig eet ze de boterham uit m’n hand op. Als ie op is gaat ze twee meter verder zitten. Minutenlang blijft ze trots en onbewogen zitten. Het is precies een Boeddha in Lotuszit. Zou ze ook van de zon genieten?
Na pakweg vijftien Kilowatt aan zonneschijn pak ik m’n tweede boterham. Ze draait zich naar me toe en kijkt vrolijk. Eerst naar m’n boterham en daarna naar mij. Ik vraag aan haar of ze nog honger heeft. Op handen en voeten tippelt ze neuriënd naar me toe en begint te kwispelen.
Een beetje in de war van deze plotselinge vrolijkheid vergeten we alle twee onze manieren. We kruipen zonder woorden dicht tegen elkaar en eten heel erg langzaam de boterham op. Het lijkt net of we elkaar al jaren kennen. Evenveel jaren als er in werkelijkheid minuten zijn verstreken.
Nadat elke kruimel is opgegeten, stop ik het lege boterhamzakje in m’n tas. Ik geef de mooie dame een aai over haar bol en zeg hardop dat ik haar erg leuk vind. Het lijkt wederzijds want na mijn binnensmonds: “Misschien tot ziens”, loopt ze naast me mee richting Maaspoort.
Lachend en pratend stop ik voor een verkeerslicht. Ze volgt me niet want ze loopt gewoon door met haar staart omhoog. Een plagerige blaf met bijpassende schalkse blik over haar schouder tovert een glimlach op mijn gezicht. Ze glimblaft terug. Dit is veruit de leukste ontmoeting sinds weken.
In het park rent ze als een dolle hond rondjes om me heen, zelfs als ik hard ga lopen. Hier is ze me de baas en dat laat ze merken ook. Ongegeneerd plast ze waar ze staat en loopt al verder voor ze klaar is. Ik ben bijna thuis.
Zal ik haar uitnodigen voor een bakje water? Misschien wil ze wel blijven vandaag of…. of…. of voor altijd? Wat nou als ik…. en dan bijt ze in m’n hand. Ze heeft een eend gezien en springt meer per ongeluk dan expres het groene water in.
Zou ze in mijn leven willen leven? Rondlopen aan een lijntje? Een ander laten bepalen wat en wanneer ze mag eten? Altijd en alleen met iemand samen naar buiten gaan die met zakje ongeduldig gaat staan wachten tot ze uitgepoept is? Eens in de zoveel tijd zelfs helemaal vrij lopen op een uitrenveld van 20 vierkante meter? Bedelen om snoepjes, pootjes geven aan iedereen die er om vraagt, omrollen en vetgemest op mijn bank in slaap vallen?
Ik moet even slikken. Dit is mijn leven. Ik kijk naar het prachtige met kroos besmeurde schepel. Ze schudt zich flink uit en kijkt me hoopvol aan. Gaan we?
Ze hoeft niet eens met haar ogen te knipperen. Ik was al om na de eerste glimblaf en ze weet het. We gaan. Gewoon verder. We hebben hier niets te zoeken…
MAR10