Loslaten

“Natuurlijk hou ik van je”, zegt ze. “Dat weet je toch?” Ik zit met mn hoofd in mn handen op de bank. “Blijf bij me voor altijd… gewoon… hier…”
In één adem gaat ze door. “Morgen en overmorgen ga ik naar mn moeder want ik moet geld zien los te krijgen voor de boeken van Dinand. Ik heb het gewoon niet. Ik ga mn best doen om nog meer te werken. Heb jij tijd om met Mo te gaan wandelen? Hij is al dagen niet uit geweest…”
Als ik mn tranen weg veeg zie ik dat ze niet naar me kijkt terwijl ze praat. “Straks ga ik Djembé spelen… jij hebt zeker geen zin… en o ja, vrijdag ga ik borrelen met een paar collega’s”  Zachtjes zeg ik: “vrijdag komen mn meiden…”, maar ze hoort me niet. “… en zaterdag is het taxibeurs in de RAI. Had ik dat al verteld?”
Terwijl ze praat rent ze door het huis. Ze dweilt de vloer die ik net heb gedweild en loopt vlug naar de schuur om de was uit de droogtrommel te halen.  Als ze weer binnen komt gooit ze de was nonchalant op de bank. Met mn mouw veeg ik de snottertranen van mn gezicht en begin te vouwen. “Ik ga de ramen doen”, zegt ze en ze loopt naar buiten.
Door het raam kijk ik naar dr. Ze ziet me niet. Ik hou van dr met heel mn hart maar ze ziet me niet. Ik hou niet alleen van haar maar ook van dr kinderen. Na lange omzwervingen door  grote steden, over straat en in opvanghuizen voel ik me sinds tijden weer ergens thuis.
Terwijl ze terug naar binnen rent zegt ze: “Het wordt wat later vanavond. Ik heb een extra rit en als ik thuis kom moet ik meteen weer weg…” Ze geeft me een kus en kijkt me even aan. “Vandaag heb je niet veel aan me want ik wil op tijd naar bed. Morgen moet ik weer vroeg beginnen…”. Ze zegt: “Tot straks lieverd” en weg is ze. Het is half elf.
Als ik om me heen kijk zie ik dat ik alleen ben. Zelf haar lichaam is er niet meer. Ik ben in een leeg huis. Weer raak ik de weg kwijt in de vaart der volkeren. Haar vaart. Haar volkeren.  Haar werk, haar kinderen en haar huis. Haar hond, haar vrienden en haar geldzorgen. Ik raak verloren tussen alle drukte en ze ziet me niet. Ik wankel.
Mo kijkt me met zn grote ogen aan en heeft de riem in zn bek. Ik sta op en ga een rondje met hem lopen. Gelukkig regent het. Drie jaar heb ik alles met dr gedeeld en van die drie jaar bleek ik het laatste jaar niet de enige. Hardop zeg ik tegen Mo: “Ik was niet de enige Mo, en jij wist het!” Mo kwispelt vrolijk.
Kletsnat loop ik nog een keer door het huis en pak mn spullen in. Overal staat mn naam op. Alles heb ik aangeraakt en nu moet ik loslaten. Ik moet weer verder.  Ik ben vaker in deze staat geweest en ik heb geleerd om dan niet impulsief te reageren al lukt me dat nooit. Loslaten doet pijn.
Met het eten op tafel wacht ik tot ze thuis komt. Als ze binnenkomt glimt ze helemaal en ze geeft me een fijne knuffel en een lange kus. “Heb je een fijne dag gehad?”, vraagt ze. Zonder op het antwoord te wachten praat ze verder en ze loopt de keuken in. Stilletjes glip ik de achterdeur uit…
Onderweg naar huis kom ik tot rust. De maan knikt begrijpend naar me. Ik voel me opgelucht al mis ik dr nu al.
Zou ze mij al missen?

Dit bericht is geplaatst in Columns, Geen categorie met de tags , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>