Kloostertuin

Het is vroeg als ik opsta. In het klooster gaat dat als vanzelf. Als het donker is rust ik en met het licht word ik wakker. Zonlicht. Ik loop slaapdronken naar beneden, rechtstreeks de tuin in. Muk staat al op me te wachten….

Net vóór ie zijn allermooiste kukel wil kukelen sta ik voor z’n neus. Met één oog open kijkt ie onmiskenbaar trots naar me. Dat duurt maar heel even want hij heeft honger en z’n enige kippie ook. Hij duwt me een beetje richting schuur. Richting ontbijt. Met zijn koppie tegen mijn knie loodst hij me zonder omwegen door de kloostertuin. Z’n kippetje blijft lichamelijk op gepaste afstand terwijl ze m’n hoofd vult met zorgeloze tokkeltjes.

De ochtend is begonnen met het mooiste licht van de dag. Met een grote mok koffie nestel ik me midden in de tuin. De flinterdunne zonnestralen spoelen me schoon. Muk en z’n kippie tokkelen of kukelen beurtelings met volle bek en kraaien cirkelen kraaiend om de kerktoren. De kikkers maken een hels kabaal en tussen de hommels, vlinders en libelles hoor ik geluiden uit het verleden. Flarden. Dit is niet zo maar een tuin.

Om de tuin staat een muur. De muur houdt niet zozeer het leven van buiten buiten. Hij houdt het leven van binnen binnen en het leven gedijt er goed. Iedereen die nu naast me wil komen zitten krijgt koffie en zal knikken bij het horen van die zin.

Hier, precies op deze plek heb ik voor de eerste keer besloten om mijn leven nog een kans te geven. Mijn leven zonder speed. Ma Wil die de zorg voor het klooster en de tuin er omheen overnam,  liet me binnen toen ik geen andere plek had. Nu is het ook mijn plek. Hier breng ik geen rottigheid meer naar toe.

Als Poes iets te dicht bij kippie komt gaat Muk rechtop staan. Muk zet één stap richting Poes en Poes draait om met een pesterige “mrauw”. Alsof een echo dat moment wil onderstrepen klinkt er een schelle “mauw” van een Steenuil achteraan en “KOFFIE!”

Gasten, vrienden, bewoners en bewonderaars starten de dag samen. Met koffie zonder zorgen en licht gebakken koekjes. Ma Wil vertelt dat de gemeente een plan heeft ontvangen voor de bouw van huizen in de tuin. Voor het omvormen van het klooster en de kerk in appartementen…. Ik verstijf ….

Het wordt stil. Ik word stil. Mijn adem stokt zelfs maar ma praat door. Ik kijk naar de tuin en hoor haar stem langzaam verdwijnen terwijl ik met een half koekje naar de vijver loop. Als ik me omdraai zie ik het klooster en de kerk.

Deze grond, de tuin en het gebouw is bijzonder. Degene die er zorg voor dragen en droegen begrijpen dat. Hier mag iedereen komen die er kracht uithaalt en instopt. Mensen die er komen gaan weg en komen weer terug.

In het water van de vijver zie ik mezelf staan. Ik vraag hardop: “Zou ik ook glimlachend met de tranen in m’n ogen koffie mogen drinken in de tuin van een eigenaar? Zou ik….?”

Het is vijf voor twaalf. Ik wacht nog even op de klokken voor ik verder ga. Nog even….Nog even licht.

Mar10

Dit bericht is geplaatst in Columns met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>