IJskoud en keihard water

Vandaag heb ik een flinke wandeling gemaakt. Ik geloof niet dat ik het echt van plan was toen ik “even” een rondje ging maken maar zo verliep het. Zoiets gebeurt me wel vaker zo aan het einde van de winter. Heb ik zin in het voorjaar of wil ik de winter nog bij volle kracht aanschouwen? Ik weet het niet en laat die gedachte oplossen in het pluimpjes stoom die ik met mijn adem in de lucht teken. Het is nog best koud al heb ik het warm. Ik heb een spijkerbroek over een trainingsbroek aangetrokken en een jas over een trui over een T-shirt.

Er ligt nog aangevroren stuifsneeuw op de stoep, de bomen en op het gras. De auto’s lijken door een zelfde soort spierwit filmpje ijs iets minder schreeuwerig dan anders. De reflectie van licht maakt ze zelfs mooi af en toe. De winter heeft zo z’n eigen maniertjes om alles en iedereen wat nederigheid bij te brengen en wie niet horen wil moet maar voelen.

Even verder op nemen groep eendjes, trouw als ze zijn, met z’n alle tegelijk de wacht. Druk zwemmend en monotoon kwekkend bezweren ze het harde water zoals Tibetaanse monniken mediterend de harde liefde bezweren. Net als liefde kan water onder bepaalde omstandigheden ijskoud en keihard zijn. Zware omstandigheden zijn het, die “hoop” op de proef stellen.

Het harde water heeft de eendenwereld in z’n greep tot op enkele vierkante meters na. Ze vechten er al weken tegen en geven niet op. Tussen alle eendjes helpen zelfs enkele koetjes en hoentjes die normaal hun afstand bewaren en verdedigen. Ik glimlach even als ik de geestdrift van ze af zie dampen.
Net als ik weer verder wil lopen merken ze me pas op maar de kou én hun plichtsbesef stokt elke instinctmatig toch al ernstige verminkte vorm van reactie.

Het is opvallend stil op straat en ik geniet mezelf ondersteboven. Dít doe ik het liefst. Lopen. Lopen zonder doel en zonder reden dan het lopen zelf. Gewoon kijken wat er gebeurt. Zien wat er op me af komt. Ervaren waar ik op af ga.

De meeste mensen mijd ik in dit soort wandelingen. De geluiden, geuren en kleuren die ze als ketens om hun nek mee dragen nemen bij mij een te groot deel van m’n waarnemingsvermogen in beslag. Gelukkig zijn die ketens vaak zo zwaar dat ze een auto nodig hebben om zichzelf te verplaatsen. Auto’s zijn dood en kan ik eenvoudig ontkennen door mijn gezichtsveld te verplaatsen. Ze reageren niet op mijn aanwezigheid en dat is fijn.

Het gelige licht op de ijzig koude gevels tovert de binnenstad om tot een Anton Pieck-achtige sprookjes wereld. Ik ben een straat ingelopen die ik niet ken en dat versterkt dat gevoel. Waar ben ik? Wat is het hier mooi! Kon het maar altijd zo blijven! Totdat: “Mraaauw!” De schreeuw van een kat helpt me uit die droom. Anton Pieck kijkt me tevreden na terwijl ik doorloop. Vijftig jaar na zijn dood heeft hij nog niets aan kracht ingeboet.

Voor ik weer m’n huisje in ga maak ik nog een rondje “Noorderplas”. In de verte hoor ik een auto starten en zonder te kijken passeert mij een fietser op grote snelheid. Bang voor de kou heeft hij zich verstopt onder een dikke jas met bijpassende muts en een das. Alleen een heel klein stukje van zijn gezicht verraad dat ie menselijk is. Hij ziet me niet en dat is goed.

De voortekenen die verraden dat de laatste stille minuten van de dag zich volgens eeuwenoude rituelen vermengen met de mensen die daarvoor geen oog hebben, dienen zich aan. Tevreden neem ik de stilte nog even in me op voor ik m’n voordeur binnen stap. Ik ben moe. Moe op een intens fijne manier. Alleen het puntje van m’n neus is nog koud en de rest is warm. De warmte binnen is bedwelmend en beneemt mij de mogelijkheid om nog meer van deze dag tot mij te nemen. De afgelopen nacht giert door mijn hoofd en door m’n lijf. De zon komt op. De dag breekt aan. Ik ga maar eens wat slapen.

Welterusten.

Mar10

Dit bericht is geplaatst in Columns met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>