Mijn hoofd zwijgt niet. Nooit. Delen ervan zoals mn mond kan ik africhten of -dichten maar mn totale hoofd niet. Ik denk zonder meer na en voor en als ik me goed voel, overpeins ik dat. Zoals nu. Slapen lukt me niet langer dan twee uur achter elkaar en als ik daar bij stil sta snap ik wel waarom.
De drang naar rust in mijn hoofd groeit en daarmee lijkt het verder weg dan ooit. Oudere mensen zoals jij lijken het geheim te kennen dus jouw hoofd zwijgt erover. Zou het geheim louter in ouderdom liggen? Zal mijn hoofd van nature leren zwijgen? Van zelf? Ik heb er mn hoop op gevestigd al kan ik er geen reden of argument voor bedenken.
In de tussentijd vertrouw ik op mn trucjes. Speed is instant stilte maar werkt te goed. Na een tijdje zwijgt niet alleen mn hoofd maar ook mn hart en ziel. Totale afzondering werkt ook goed want de drukte in mijn hoofd neemt af als niemand dan ik mij stoor. Verder kan ik hardlopen tot ik er bij neer val, vrijen tot ik droog sta, heel, heel hard huilen of Schaken.
Als ik schaak dan ben ik koning. Mn koningin kan bijna alles en ze doet wat ik zeg. We hebben ieder onze torenkamer in mijn kasteel met een ridder te paard ervoor. Mijn ridders, mijn paarden. Acht wolven verdedigen het land op de manier die ik hen opdraag…
“Gaan we schaken?” zeg ik en het wordt even stil. Voor jouw “ja” is het spel begonnen. “Ja”, zeg je. Uit verzonken gedachten klim ik vliegensvlug naar mn hoogste torenkamer. Daar is het stil. Ik trek mn roodfluwelen mantel aan en vergeet alles om me heen. Twee nertsen maken kwetterend ruzie en de kroon op mijn hoofd is hun boksring. De ondergaande zon schaduwt het gevecht op mensgrote tegen de muur. Zonder enige werkelijkheidswaanzin ga ik achter het bord zitten en wacht.
Jij bent aan zet. Terwijl ik je aan blijf kijken neem ik een slokje water. Een glimslokje. In je ogen zie ik dat je alles op het spel zet of zie ik mezelf in je ogen? Ieder heeft vanaf nu twintig minuten om met daden zichzelf de meerdere te tonen. Diegene die wordt vermorzeld of als eerste geen tijd over heeft, knielt met neergeslagen ogen. Zonder een woord te zeggen. In de wereld van schaak is alles eenvoudig en helder. Niemand betwist de regels. Al eeuwenlang niet meer.
Als ik opkijk zie ik je gezicht. Je zit bewegingloos tegenover me met je ogen dicht. Het lijkt of je slaapt… Stiekem hoop ik dat je aandacht verslapt want ik sta er niet best voor. “Wat ben je toch mooi”, zeg ik hardop. Alsof je erop hebt gewacht, geeft de fijne toon in mijn stem jou de moed voor de volgende zet. Iets te zwierig zet je de toren op mn achterlijn en je staat op. Je geeft me een kus om mn neus en fluistert zachtjes in mn oor: “Schaakmat lieve schat…”.
Vol ongeloof staar ik minutenlang naar het bord. In mn hoofd speel ik het eindspel nog een keer na. Halverwege geef ik het op en zeg: “dank je wel…”, maar jij bent al weg.
Mijn hoofd is leeg. In mijn werkelijkheid verlies ik nooit. Zelfs niet als jij wint. Er zijn spellen bij die me zichtbaar dagen lang in hun grip houden en als een spel me niet bevalt, vergeet ik het al voor het eindigt. Gewonnen en verloren spellen. Ik word er stil van… voor zolang het duurt.
Ssssst!
Mar10