De zon is nog net niet achter de horizon verdwenen en de maan toont zich, al is ze bijna doorzichtig. De nevel die dansend opstijgt roept me naar buiten. Als bij toverslag zwijgen alle vogels als ik de deur achter me sluit. Stilletjes ga ik op in de mist tot straks. Straks dan ben jij er.
Ik voel rustig en toch weer niet. Volgens mij is vooral mn hoofd rustig. Er zijn nauwelijks mensen op straat en de tijd lijkt stil te staan. Nu voel ik me heel even goed voor altijd. Zonder na te denken loop ik richting Noorderplas. De bomen kleuren er alles geler en roder dan normaal. Eigenlijk kleurt alles richting herfst en net als ik besluit mezelf die richting in te kleuren, hoor ik iemand tegen me praten. “Hallo meneer …? “
De vrouw die me net langzaam voorbij fietste is afgestapt en kijkt me met open mond aan. Haar gezicht ziet er grappig uit en ik moet er hardop om lachen. “Kent u me?”, vraag ik in een poging haar verbazing om de tuin te leiden. “Nee …”, zegt ze. “Toen ik net passeerde, zag ik …”, en ze stopt om me van top tot teen te bekijken. “Ik zag een engel in je”, vervolgt ze en bij het woord engel kijkt ze even omhoog. Ze eindigt met: ”… gek hè?” De vrouw loopt naar me toe, raakt mn hand aan, draait om, stapt op en fietst weg. “Dank u wel!”, roep ik haar na. Ze kijkt om en zwaait …
Fluitend loop ik min of meer hoteldebotel van nietszeggend geluk verder of zweef ik? De treurwilg waar ik onderdoor ga, slokt me op en sluit me bijna van elke werkelijkheid af. Ik kan een huppeltje niet onderdrukken. Waarom zou ik ook?
Als ik over het veldje terug naar huis loop zie ik jou op een muurtje zitten. In de schemering lees je de laatste letters in een boek. Naast je staat een fles met sap. Jij ziet me nog niet en ik ga iets langzamer lopen. De laatste meters versnel ik weer en ik kom kussend naast je zitten… Een beetje overrompeld zeg je: “Je glimt helemaal! Mag ik mee glimmen?” Ik vertel je in geuren en kleuren over de leuke vrouw van daarnet. Aan het einde van het verhaal vraag ik: “Zie jij een engel in mij?”
Met je ogen dicht begin je te neuriën. Het lijkt alsof je een paar filmpjes terug draait in je hoofd. Zonder de engel in mij te ontkennen of bevestigen zeg je: “Het leven is nooit saai met jou …” en je opent je ogen weer. Mn vraag blijft een vraag zonder antwoord.
Over je gedachten praat je verder. Je woorden ergeren me ineens. Na een paar zinnen merk je mn ergernis op en je zwijgt. Ik probeer mezelf te verontschuldigen met: “ … je geeft geen antwoord …”. Zachtjes mompel je: “Dag engeltje van me …”
Het gif van geestdrift werkt in op ons twee en we staan op. Gebarend en met verheven stemmen lopen we naar huis en als we bij mn deur zijn, komen er drie Marokkaanse jongetjes giebelend de hoek om. Ze schrikken van mijn vurige vertoning en van jouw reactie daarop. Als geslagen stoppen ze alle drie tegelijkertijd met bewegen en praten.
De jongste twijfelt geen seconde en loopt direct terug de hoek om. De andere twee blijven staan. “Waarom loopt ie weg?” , vraag ik in een rustigere toon. “Weet ik niet meneer zegt de oudste … ik ga het hem vragen!” Als ie terugkomt zegt ie: “ … klinkt misschien raar voor u meneer maar hij zag de duivel in u …” Als ik naar het bange jongetje toe wil lopen voor uitleg, rent hij hard weg en roept: Nee! … ga weg!” De grotere jongens rennen lachend achter m aan.
Een beetje beduusd loop ik voor je uit de trap op naar twee hoog. ”Met mij is het leven nooit saai …”, mompel ik als je me voor de deur een kus geeft en … “ Zie jij een duivel in mij?”
Mar10
Ik zie een duivels engeltje
maar wel een lieve duivel!
erg mooi kado, dankjwel big bro
XXX