Het is nu tien minuten voor twaalf. Voor het eerst sinds zeven jaar heb ik weer een vuurpijl gekocht. Één pijl. Een pijl waarmee ik vroeger demonen uit het oude jaar weg joeg om het nieuwe met een schoon blazoen te beginnen. Demonen waarvan ik het bestaan uit boeken las, waarover ik heksen hoorde praten en die ik bij anderen soms kon waarnemen.
In korte tijd kwam daar verandering in. In eens waren ze er allemaal. Pijl of niet, ze toonde zich bij de eerste kans die ze kregen. Vanaf de eerste keer dat ze bloed roken tot vandaag.
Ruim een kilo speed in zeven jaar is op zich al voldoende voor een groot scala aan demonen. In de ijzige kou op een vers bedje sneeuw gaan slapen werkt ook motiverend voor een gemiddelde demon.
Vrienden die sterven, honger, politiegeweld, huilende ouders en geweldige seksueel of anders getinte uitspattingen maken het bonte gezelschap compleet. Sommige profileren zich als bondgenoot. Zonder hen is het leven in de goot ondragelijk. Ze spelen plaatvervangend geweten of entertainer met de rode neus. Er zijn er ook die de wereld tonen in al haar gruwelijkheid of hulpverleners in walgelijke zwakte. De ene geeft je de kracht om de waarheid van de dag te spreken en anderen maken liegen logisch. Ze tonen je werkelijke schoonheid door alle vuiligheid heen en zijn de grauwe de sluier over de mooiste zonnestralen. Op straat zijn demonen je metgezel. Of je wilt of niet.
Een beetje zelfingenomen ga ik voor het raam staan. Veel demonen die in me huizen hebben de ruimte gekregen om zich te manifesteren. Ik ben goed voor ze geweest. Ik heb ze niet veroordeeld maar geprobeerd te aanschouwen. Ben verder met ze meegelopen dan goed voor me is. Ik ben van ze gaan houden en heb ze in dankbaarheid leren aanvaarden. Ze zijn en blijven een belangrijk deel in mijn leven.
Langzamerhand zie ik wel in dat demonen zijn als jaren en dagen. Ik kan ze verzinnen en ontkennen, wegnemen of schenken. Er verandert niets. Wat er is zal zich tonen. Ze maken deel van me uit. Vandaag misschien een belangrijk of groot deel en gister een klein of nietsbetekenend deel. Soms zie ik de betekenis van een dag al voor de zon op komt en soms pas twee jaar nadat de zon is onder gegaan. Er zijn demonen die ik fluitend aan zie komen en anderen herken ik alleen aan de sporen die ze hebben nagelaten in dagen, weken of soms maanden. Net als met dagen en jaren, zal ik moeten leren dat ik demonen mag laten rusten als ze hun belang hebben aangegeven of als het belang ervan niet meer nodig is.
Het is nu twee minuten voor twaalf. Ik hoor op de achtergrond Ramses Shaffy zijn demonen bezweren:..“Je moet weer stralen… De weg is vrij… De weg is open… De weg is mateloos van mij… Zonder bagage… Kan ik weer lopen… Want ik ben nu vogelvrij”… Ik kijk naar de pijl en de pijl kijkt strak terug. Een beetje hulpeloos zeg ik tegen ‘m: “Zullen we?”, maar hij zwijgt. Ik kijk naar andere pijlen die de lucht verlichten en kleuren. Ik zie demonen in totale verwondering zichzelf oplossen in het zelfontstoken magische licht en ga weer zitten.
Het is nu één minuut voor twaalf. Één minuut voor het enige jaar in mijn leven met dezelfde naam als ik. Wat zal het brengen?
Gelukkig, 20 Mar10!