Het is weer zo’n dag. Ik fiets vreselijk hard ontspannen naar huis. Temperatuur en luchtvochtigheid zijn perfect en er is geen wind. Ik voelde het al aankomen maar nu is het niet meer te ontkennen.
Ik sta hijgend bij een stoplicht op mijn bergfiets. Honderdzestig hartslagen per minuut begeleiden ritmisch mijn gehijg in een tranceversie van “de Bolero” van Ravel met Bo Derrek op de eerste viool. Naast me hoor ik een fiets met een piepje tot stilstand komen. Ik zie ‘m ook ineens want er zit een aerodynamische vrouw op van begin dertig.
Het lijkt net alsof ze een verkeerde afslag in de “Waalse Pijl” heeft genomen. Deze vrouw kijkt alsof ze weet dat het een latertje gaat worden. Hyperfocus, verbeten trekken in haar gezicht, zweet op haar voorhoofd en in haar haren. Dit keer zal ze de finish halen. Twaalf maanden intense training en voorbereiding hebben haar tot hier gebracht.
Na enkele seconde strekt ze even haar rug en haalt diep adem met haar handen in haar zij. Ik zweer het je, deze “achterblijver” had de show gestolen in Studio Sport. Er zou één motor rijden bij de kopgroep en de rest bij haar. Ze wil haar bidon pakken, twijfelt heel even, en dan gaat alles razend snel. De omgeving vervaagt en we rijden zij aan zij tussen duizenden joelende mensen achter dranghekken. Ik kijk haar strak aan en ze glimlacht even minachtend. De verwarring is compleet. We naderen de boog van de laatste kilometer en floep, het verkeerslicht springt op groen.
Mijn versnelling staat PERFECT! Ik heb er éénentwintig op m’n bergfiets zitten en ik gebruik er maar twee. Één voor als ik bijna of helemaal stil sta en tien seconde daarna de tweede; de grootste. Ik spuit weg. Vals plat omhoog. Bijna even vals als ik. De vrouw reageert walgelijk snel en ik voel mijn hartslag per trap met 10 stijgen. Vol uit het zadel en in perfecte cadans schakel ik na exact tien seconden verder.
Mijn lichaam komt tegelijkertijd in één vloeiende beweging terug van ver over mijn stuur naar mijn minuscuul geperfectioneerde flitshouding. Er kan nu niets meer mis gaan want achter mij hoor ik de vrouw verkeerd opschakelen en dat geeft het allerlaatste vonkje wat nodig is om de sprong te maken naar hyperspace.
Mijn lijf en bergfiets worden één. Mijn hartslag is nu volledig in verhouding samengezoemd met mijn trapfrequentie. Mijn controlecentrum heeft hiervoor gespaard. Voor dit moment. Een ondoordringbaar energieveld blokkeert elke vorm van ruis. Mijn subsystemen staan op de spaarstand. Elke joule in mijn lijf is nu ter beschikking.
Het geluid verdwijnt en ik zie een heldere lijn voor me uit en alles in een straal van twee meter ervan verdwijnt volledig. Deze sprint verliezen is volledig uit mijn belevingsregister verdwenen en m’n zenuwen kunnen uitsluitend de meest effectieve signalen uitzenden om deze bonk spieren aan te sturen. Geen twijfel mogelijk. Geen zenuwen. Geen barrières. Geen ruis.
Tweehonderd meter verder moet ik stoppen voor het volgende stoplicht en met meer dan een fietslengte voorsprong kom ik over mijn finishlijn. Ik kijk om en zie de vrouw rechtsaf slaan net voordat ze mijn finishlijn kan passeren. Ze rijdt verder met een duizelingwekkende vaart.
Nu komt ze pas echt op gang. Te laat. Ik heb gewonnen. Zo maar ineens, winnaar van “De Waalse Pijl”. Als de vrouw straks hoort dat ze net voor de finish de verkeerde afslag heeft genomen zal ze ook erkennen dat ik de winnaar ben. Ze doet nu nog net alsof ze de finishlijn niet heeft gezien, maar regels zijn regels.
Zo’n dag is het. Met regelmaat van de klok win ik dergelijke belangrijke prijzen in de meest uiteenlopende disciplines. Ik ben er altijd klaar voor. Ik train mijn bewustzijn in elk aspect, overdag en ‘s nachts. Op elk moment is mijn lijf in balans en ik gebruik alleen grote hoeveelheden drugs als ze echt bijdragen in mijn scherpte. Ik leef ervoor! Als je er echt voor leeft dienen de momenten zich aan.
Je hoeft ze alleen maar te herkennen. De momenten waarin het lukt om alles ineens te laten versmelten. Niet alleen een kans om te winnen, maar DE kans. MIJN kans. Het kan me overvallen als ik in de stad voor een stoplicht sta of ik arrangeer met voorbedachten rade een beproeving tussen de weilanden in Den Dungen. Steeds vaker win ik van die geweldige prijzen al wacht ik nooit op de huldiging of dopingtest. Ik wil niet op tv. Wereldkampioen ben ik voor mij.
Net het echte leven, “De Waalse Pijl”, maar dan zonder beker.
Mar10
(als je me tegenkomt hoeft je niet te buigen)