“De stoptrein in de richting Utrecht centraal vertrekt over enkele minuten”, klinkt uit de luidspreker op het station. We zijn onderweg naar huis. Fenna haalt oordopjes uit haar oren en zegt uit het niets: ”Pap, in hoeveel huisjes hebben we eigenlijk gewoond? Ze kijkt me ondeugend aan. “Ik kan tenminste zeggen dat ik in Amsterdam heb gewoond… toch? “ “Nou en of!”, zeg ik en de mevrouw naast ons op het bankje begint te glimlachen.
Terwijl de trein piepend en sissend tot stilstand komt zeg ik: “Nienke zei laatst dat ze er meer dan twintig heeft geteld. Zullen we samen tellen? We zoeken een plekje en de mevrouw die naast ons op het bankje zat komt tegenover ons zitten. De coupé is verder leeg. Zonder één woord en met haar ogen dicht, zit ze onzichtbaar in ons verhaal
Min of meer chronologisch loopt Fenna met me mee door alle huisjes. In Wijchen, Breda, Schijndel, Den Dungen, Amsterdam, Waspik, Gouda… Steeds dieper verdwalen we in gedachten… of… raken we erin thuis? Fenna heeft mijn dagdroomcapaciteiten niet alleen overgenomen. Ze heeft zich erin bekwaamd op haar eigen manier. Bij elk huisje heeft ze verhalen en vriendinnetjes maar ook ruzies. Boos, blij, bedroefd en bang vliegen van links naar rechts want haar woorden komen uit heel haar lijf. Een kleine slaapkamer past tussen duim en wijsvinger en een grote is van hier tot hier in de hele coupé.
Tussen station Den Dolder en Utrecht Overvecht raakt ze zo opgewonden dat de mevrouw tegenover ons, zichtbaar geëmotioneerd raakt. Het blijft me verwonderen dat ze er met zoveel opwinding en plezier op terug kijkt en het verwonderd de mevrouw ook.
Op het moment dat de mevrouw haar ogen open doet, zegt Fenna tegen haar: “Gaat u ook naar Den Bosch?” De mevrouw glimlacht en zegt: “Als ik niet oppas wel!” Fenna’s hoofd tolt nog van alle huizen. “Hoezo?”, zegt ze terwijl ze nu bijna hoorbaar nadenkt over het vreemde antwoord. “Ik ben al te ver gegaan…”, zegt de mevrouw en nu lacht ze hardop. Fenna lacht mee en haar gezicht verraad dat ze het denken heeft opgegeven. Zonder horten of stoten heeft ze zich van mij losgescheurd en hangt ze aan de lippen van de mevrouw. Ze zegt: “Ik woon in Amersfoort. Dat is drie haltes terug. Ik wilde wel uitstappen maar het lukte niet. Je verhaal was nog niet af!”
De mevrouw staat op en zegt: “Ik hoop dat ik je nog eens tegenkom en dat je dan verder wil vertellen…” Fenna loopt met de mevrouw mee tot de deur. Ze drukt op het knopje en maakt de deur voor haar open. “Tot de volgende keer”, zegt ze en “o ja ik ben ook stief-tante!”
De mevrouw blijft staan tot de trein weg rijdt. Fenna zwaait en de mevrouw zwaait terug. “Wat een leuke mevrouw hè pap…”, zegt ze als ze weer naast me komt zitten. “Waar waren we? Amsterdam, Gouda, Woerden, Oss, Gameren, Bruchem, Hilvarenbeek, Wekerom…”
“Weet je welk huisje ik het allermooist vond pap?”, vraagt ze. Ik kijk haar verliefd aan en schud van nee. Haar ogen sprankelen. “Dat grote huis met die mooie tuin in het midden. Met die gekleurde ramen die in het donker net op een sprookje lijken. Met jou ging het toen niet zo goed pap maar dat huis was wauwie. Waar was dat ook al weer?” “In sint Oedenrode wijffie… en ja… dat is één van de mooiste paleizen van papa. Vroeger was het een klooster…”
Na de overstap in Utrecht kruipt Fenna tegen me aan en valt voldaan in slaap. Wat is het toch een kanjer. Elk dak boven haar hoofd is dr lief en ze voelt zich overal thuis. Tevreden sluit ik mn ogen.
Vraag me niet wat maar… iets heb ik goed gedaan.
Mar10
Hoi Mart10,
Van dit verhaal krijg ik een brok in mijn keel. Wat zou ik graag die mevrouw zijn geweest die naar jullie aan het luisteren was. Dat lijkt me een heerlijk moment om in weg te dromen
groetjes Patricia