Ineens hoorde ik de kleinste zeggen: “Als jij de heenweg fietst dan zal ik de terugweg fietsen”. “Goed?”. Zes jaar was ze nog maar. Verstrikt tussen verbaasd en trots keek ik haar vast nogal onbenullig aan. Verbaasd want ze was en is nogal lui aangelegd. Trots want ze besloot daar ineens overheen te stappen.
Terwijl de grootste de kamer verliet om de fiets te gaan halen, draaide ze zich springend om met een spetterende glimlach uitstralend over haar hele lijf. Alsof de oren van haar zus waren achtergebleven fluisterde ze tegen mij:
“…..hihi, papa weet je wat nou zo leuk is, ik hoef niet te fietsen want er is geen weg terug!”. “Als we in het dorp aan zijn gekomen en we gaan weer naar huis, dan gaan we niet terug, maar gewoon verder”. Zonder het mezelf op dat moment te beseffen heeft die wijsheid mij een innerlijke rust gegeven die ik nooit eerder heb ervaren.
Er is geen weg terug!
Bewust ga ik vanaf nu verder. Zelfs als je terug gaat hé, pap? Zegt mijn intussen groter gegroeide meisje die real-time mee leest wat ik schrijf. Ze geeft nog steeds licht als ze geniet maar steeds vaker onthoudt ze zichzelf licht wanneer ze struikelt over vraagstukken die ze tussen stapels nietszeggende reclamefolders ontdekt. Steeds vaker merkt ze dat licht geven en nemen omgedraaid evenredig mooi is.
Net ik als ik loopt ze haar eigen weg. Vanaf het moment dat ze kan lopen. Zonder te weten waar naar toe. Zonder te weten waarom. Tien keer heen en weer om te beseffen dat ze steeds weer tegen een andere muur tot stilstand komt. Als de bulten op haar hoofd zo gevoelig worden dat het allemaal even duizelt zal ze ook verder gaan, al gaat ze dan even zitten. Woordgrapjes veranderen dagelijks in waarheden en andersom. Wat nu waarheid is blijkt morgen een leugen. Er bestaat geen waarheid. Alleen waar-heden.
Mijn thuis ben ik kwijt geraakt. Lang geleden. Ik ben een te groot watje om dakloos te leven maar thuisloos ben ik in hart en nieren. In mijn hoofd is mijn thuis de plek waar ik nu ben. En aangezien ik die plek elke seconde zie wijzigen streef ik niet langer na om vast te houden aan wat ik heb.
Het kleine meisje en haar prachtige zus die vaak in weekenden en vakanties met mij mee leven kunnen tot nu toe probleemloos overschakelen van thuis naar thuisloos. Bij mama zijn ze thuis. Papa heeft al in meer huizen gewoond met en zonder tralies of hekken dan het gezamenlijk aantal jaren dat ze leven. Allemaal even bijzonder. Allemaal even heftig. Maar geen thuis.
Als kind verdwaalde ik altijd en al snel zonder te huilen. Verwonderd door het gegeven dat je alleen nieuwe dingen leert kennen als je verdwaalt kon en kan je mij op de raaste plekken tegenkomen. Als groot mens ben ik verder-der verdwaald dan een gemiddeld mens gezond vindt.
Sluitingstijden, een rookverbod, leeftijdsgrenzen, welstandscommissies, uitgaanszones, uitsmijters, keuringsdienst van waren en cameratoezicht, rode stoplichten en groene. Het eigenaarsdeel van onroerendgoedbelasting, rijbewijzen, spijbelambtenaren en Cito-toetsen, kleuren-tv’s en vitual reality. Er is geen weg terug. Ik moet mee. Niet sneller dan de uitbuiters ervan kunnen dragen en snel genoeg om een graantje of een zak graan mee te pikken word ik opgedreven in de vaart der volkeren.
Binnen enkele weken mijn “thuis” zich van mij ontvreemden en anderen verleiden om er hun plek van te maken. Kleuren veranderen met de kleuren van m’n kleding. Of was het nou andersom. Ik, maar vooral de hoeveelheid en het soort geld dat ik meebreng, bepaalt waar ik mijn volgende plekje kan vinden. Waar ik “thuis” ben. Alleen, mij zul je er niet meer vinden. Ik ben er vermoord.
Er was een tijd dat ik er mij helemaal in kon vinden. Een “thuis”. Het bewijs van m’n bestaan. Het te koop aangeboden instant-geluk was immens en voor mij betaalbaar. Op enkele gulzige schrokkoppen na kan iedereen net voldoende tijd en geld vrijmaken om het dodelijk saaie leven dat zich gedurende 60 uren per week voltrekt op te lossen in een poel van zintuiglijke zelfverminking.
Of, als je 60 uren per week het dodelijk saaie leven zich laat voltrekken dán kun je net voldoende tijd en geld vrijmaken om het in de poel van zintuiglijke zelfverminking voldoende instant geluk tot je te nemen. Of door het tot je nemen van voldoende instant-geluk uit de poel van zintuiglijke zelfverminking kun je de overgebleven 60 uur per week het dodelijk saaie leven zich laten voltrekken.
Jezelf vrij maken uit een dergelijke mallemolen is zo goed als onmogelijk. Diegene die ten onder zijn gegaan aan één van de “of~zinnen” hiervoor hadden geen keus. Er is geen weg terug. Je gezin en je café, de drugs die je neemt, je werk en de belasting die je betaalt, een huis en een auto, een “huis”dier (come on!)…. Allemaal zeer belangrijke zaken die je bestaansrecht geven. Jouw naam dragen. Vertellen wie jij bent. Vraag je meest dierbare wie jij bent en je wordt in die termen beschreven.
Tot je merkt dat ze allemaal inwisselbaar zijn zonder dat jij verandert. Diegene die ruw wakker wordt geschud uit de droom waarin ie meent keuzes te maken volgt vaak een eenzaam pad. Alles wat het leven voor ze heeft geleefd lost op als suiker in koffie. Totdat…de oplossing zelf niet meer in staat is om op te lossen. Verzadigd is.
Ik ben voor altijd zwerver, jurist, junk, papa, vriend, hufter, hoer en fietsenmaker. Tot nu toe. Er is geen weg terug. Waar ben jij?