Spinnen

Een douche heeft haar goed gedaan. Dampend staat ze voor me en haar tranen zijn verdwenen. Ze geeft me een kus, gaat naast me op de bank zitten en neemt een slokje van dr witte wijn on the rocks. Even stribbelt ze tegen maar dan legt ze dr hoofd in mijn schoot en valt ze in slaap. Ik maak zachtjes krulletjes in dr haar. Ze lijkt wel te spinnen…

Vanochtend om half vijf stond ze onaangekondigd voor mn deur. Zonder na te denken of kleren loop ik mn balkon op en fluister:” Wie is daar?” Ze zet een stap achteruit zodat ze me ziet en zegt niets. “Oei!” kan ik nog uitbrengen en ik maak snel de deur open. Er wordt geen woord gesproken. Ze komt naast me op de bank liggen en we gaan slapen…

Er moet weer iets ergs gebeurd zijn. Dr hele lichaam schreeuwt. Haar ogen lijken bijna opgelost in tranen… matte troebele lenzen met een rood/donkerblauw gemêleerde rand. Ze heeft gevochten, verloren en gehuild tot ze er bij neer is gevallen. Ik houd haar stevig vast en vanuit een andere wereld kreunt ze zachtjes…

Om zes uur sta ik op en zet zachtjes muziek aan. Ik zet mn balkondeuren open en maak de keuken, de wc en de badkamer schoon. Ik pak haar kleren van de grond en zet een was aan. In de slaap kamer vouw ik schone kleren en handdoeken op en leg ze in de kast. Ik hoor haar naar de wc gaan. “wauwie!” zegt ze zachtjes droomachtig tegen zichzelf. “Deze wc is schoon!”

Als ik de kamer weer in loop ligt ze alweer op de bank. Ze snurkt als een houthakker… Ik blijf even staan en bekijk haar van top tot teen. Ze is mager… Haar eens vurig rode haar is nu bijna grijs en haar handen en voeten tonen haar harde leven. Waarom weet ik niet zo goed maar ik kan een glimlach niet onderdrukken. Ik kleed mezelf aan, leg een briefje op tafel en loop met mn glimlach naar de winkel voor ontbijt. Haar ontbijt. Het is elf over elf.

Met drie flessen witte wijn sta ik bij de kassa en het meisje die de flessen ruilt voor geld zegt: “U bent vrolijk vandaag!” Voor de grap til ik één wijnfles op en doe alsof ik een slokje neem. Als bij toverslag verschijnt mijn glimlach nu ook op haar gezicht. “Vrolijk is goed” zegt ze “maakt niet uit waardoor!” Ik laat haar in die waan. “Jij maakt me altijd vrolijk” zeg ik als ik met mn flessen richting huis loop en “Tot morgen…”. Ik hoop dat ze alle mensen aan de kassa besmet met mn glimlach dan is de wereld heel even een beetje mooier.

Als ik thuis kom hoor ik de douche. “Ik ben er weer” roep ik vrolijk. “Ik heb ontbijt gehaald!” Ze steekt haar hoofd buiten de deur en zegt: “Ik sta net onder de douche!”. Ze ziet er al veel beter uit… Ik zeg: “weet je wat… doe rustig aan wijffie… we trekken vandaag en morgen bij elkaar en hebben de hele dag niets te doen…”. Ik hoor haar gedachten echoën…

Lachend en met mijn kleren aan komt ze op de bank naast me zitten. Op tafel staat een limonadeglas met witte wijn en ijsklontjes. “Hij was nog niet koud” zeg ik. Ze stopt een klontje in haar mond en zegt: “… ik ook nog niet!” We roken een shagje en praten wat…

Na een tijdje zegt ze:  “Sorry dat…  ik bedoel zo vroeg… ik zie er niet uit… alleen als ik er niet uit zie kom ik hier en…”. Ze kijkt me aan en langzaam lopen haar ogen vol. “Wil je praten?” vraag ik haar en ik weet het antwoord al. “Nee…” zegt ze. Ze gaat een stukje verder van me af zitten en legt haar hoofd in mn schoot. “Zwijg dan trut” zeg ik zachtjes maar ze hoort me niet. Ze slaapt weer…

Zachtjes kroel ik met mn vingers door haar haar en maak allemaal krulletjes…. Ze lijkt wel te spinnen…

 

 

 

 

 

Normaal gesproken kansloos…

logo mar10

Zo dichtbij en toch onbereikbaar. Midden op de brug tussen het station en de stad zit ze op de grond. Ze kijkt vrolijk rond en merkt de drukte om zich heen niet op. De nachtploeg loopt aan de ene kant van de brug op huis aan en aan deze kant dienen vers geschoren, geplukte en geschminkte werkers zich aan. Op geen van deze mensen is iets aan te merken. Het zijn één voor één unieke, mooie mensen maar ze hebben geen tijd om dat zelf te zien. Willoos offeren ze zich op als werkmieren voor een Koningin. Ze leven. Planten zich voort … en sterven.

De mevrouw op de brug draait haar hoofd mijn kant

— lees hier verder a.u.b. — Normaal gesproken kansloos…

ik stop (voorlopig) met schrijven

ik kan woorden in het donker niet van elkaar onderscheiden

Koetjes en kalfjes

logo mar10

Met mn voeten in een kolk onder de rook van Oud Empel, lig ik op mn rug en kijk naar de wolken. Ik ben hier bijna elke dag. Hemelsbreed is het minder dan één kilometer van mn huisje. Het is hier prachtig… prachtig en stil. Als er in Nederland al sprake is van natuur dan zit ik er midden in. Ik ga even rechtop zitten om een shagje te draaien en op enkele meters afstand van mij zit een vos. Hij schrikt en schiet het hoge gras in. In de verte loopt een kudde blonde koeien te grazen. Een paar koeien zien me en beginnen te rennen. De rest volgt direct want in een kudde

— lees hier verder a.u.b. — Koetjes en kalfjes

Stelling van Lot

 “… je kunt het Lot niet ontlopen” zegt ie stellig en dan valt het gesprek stil. We zitten met gesloten ogen op een muurtje en zoeken minutieus naar het zonnigste plekje. Hij zoekt warmte, ik licht. In een poging zn stelling van Lot om de tuin te leiden zeg ik “… natuurlijk kan dat wel. Het Lot speelt vals. Net als je denkt dat je het Lot aanvaard hebt, blijkt jouw Lot te bestaan uit het ontlopen ervan. Als ik ook mag vals spelen… win ik!” Hij gaat rechtop zitten, kijkt me aan en zegt: “Wat kun jij de dingen toch mooi zeggen…”. Hij maakt me vrolijk. Aangemoedigd ga ik door: “Als ik vanochtend wist

— lees hier verder a.u.b. — Stelling van Lot

Ademloos

Het regent al de hele dag. Zelfs in mn hoofd. De trucjes die ik ken om mn onrust te foppen, werken niet maar ik geef me niet gewonnen.

Geen geluid van binnen of buiten en niemand waagt zich in de regen op straat. Alles om me heen ademt opgeruimde stilte. De koelkast slaat af en ik houd heel even mn adem in… Hoe graag ik het ook wil, niets of niemand draagt bij aan mn rusteloosheid. Waarom vecht ik ertegen…?

De tijd klopt met mijn beleving van de dag en de temperatuur met de tijd van het jaar. De stilte op straat met een ijzige voorjaarsbui en mn hongergevoel met “lang na etenstijd”. Alle

— lees hier verder a.u.b. — Ademloos

Ouderdom

 

 

Toen ik zo klein was dat ik meer dan een uur op mn opa’s knie kon zitten wist ik het al. Oud zijn is bijzonder. Mijn opa kon stil zijn. Echt stil… Dagen en dagen lang in dezelfde stoel. Zn stok had ie vast alsof ie elk moment kon opstaan maar dat deed ie nooit. Soms sliep ie maar meestal niet.

Hij sprak nooit en heel soms snauwde hij iets. Vaker gromde hij gewoon. Er waren wel geluiden maar ze leken zo door opa heen te gaan. Mijn opa was al zo lang stil dat hij geen zinnen meer kon maken.

Voor mij was dat allemaal logisch. Als mn opa stil mocht

— lees hier verder a.u.b. — Ouderdom

The One

 

Om zes uur stap ik vanuit de trein, zonder vertraging of wachttijd, rechtstreeks de bus in. Ik ben te moe om naar huis te lopen en er staat nog wat op mn Ov-kaart. Als ik thuis ben sta ik in de min maar dat zuiver ik wel aan in betere tijden.

Bus 69 richting Maaspoort is al aardig vol. Met een diepe zucht plof ik neer naast een man die er te netjes uitziet voor de tijd van de dag. Hij draagt een pak met een lange jas erover. Er onder draagt ie glimmende Italiaanse merkschoenen. Het geheel is met een vrolijke stropdas bij elkaar geknoopt. Ik kan geen kreukel ontdekken. Als ik

— lees hier verder a.u.b. — The One

Gelukkig

logo mar10

 

Er staat al een mok dampende koffie op tafel als ik binnenkom. Wiener melange met twee extra zoetjes. “Kom eens hier…” zegt ze “… je bent weer afgevallen”. Bijna routinematig scant ze me vliegensvlug maar grondig van top tot teen. Dan pakt ze me vast en kust me. Op dr gezicht kan ik niet aflezen hoe het met me gaat en dat blijft me verwonderen. We leven bijna dertien jaar gescheiden van elkaar en nog dreigt elke kriebel in mn buik te zakken tot bedenkelijk laag niveau. Als we bij de koffie aan tafel gaan zitten, valt ze, anders dan anders, meteen stil.

Ze kijkt me aan en zoekt naar woorden… Dan vraagt

— lees hier verder a.u.b. — Gelukkig

Ik mis je

Morgen is het Kerstmis en het is nog donker als ik op weg ga naar Linda. Het is kwart voor acht. Op dit tijdstip ben ik niet vaak op straat en al helemaal niet als het zo koud is. Natuurlijk weet ik dat het zo vroeg al druk is op straat maar het verbaast me elke keer. Van binnen en buiten dampende bussen, rijen auto’s en stoere fietsers. Iedereen is uit bed en niemand lijkt wakker.

Adem halen is bijna ondoenlijk met zoveel uitlaatgassen in de lucht. De miljoenen auto’s van tienduizenden euro’s zijn door de bank gefinancierd om automobilisten naar het werk te brengen. Met een baan verdienen ze precies genoeg om de auto

— lees hier verder a.u.b. — Ik mis je