Koetjes en kalfjes

Met mn voeten in een kolk onder de rook van Oud Empel, lig ik op mn rug en kijk naar de wolken. Ik ben hier bijna elke dag. Hemelsbreed is het minder dan één kilometer van mn huisje. Het is hier prachtig… prachtig en stil. Als er in Nederland al sprake is van natuur dan zit ik er midden in. Ik ga even rechtop zitten om een shagje te draaien en op enkele meters afstand van mij zit een vos. Hij schrikt en schiet het hoge gras in.
In de verte loopt een kudde blonde koeien te grazen. Een paar koeien zien me en beginnen te rennen. De rest volgt direct want in een kudde is er geen vrije keuze. De kudde rent om de kolk heen. Pesterig ga ik weer liggen en sluit mn ogen. …ik vóel ze naderen. Het is net een plaatselijke aardbeving maar deze is een genot. Een paar meter voor mijn hoofd remt de snelste koe af en gaat stapvoets verder. “Goeie avond dames…” zeg ik vrolijk zonder mn ogen te openen. “Ook aan de wandel?” We treffen elkaar hier vaak…
Alle koeien zijn nieuwsgierig maar uiterst voorzichtig. Elke ongecontroleerde beweging die ik maak, resulteert in een hupje achteruit. Een huppelende koe van zeshonderd kilo blijft indrukwekkend voor een kereltje van zestig. Nu we vrienden zijn vertrouwen ze erop dat ik dergelijke bewegingen niet maak.
Rondom mn hoofd staat nu ruim drieduizend kilo koe. De dapperste raakt met haar neus de mijne en snuift bijna mn gezicht van mn hoofd af. Met een grijns over mn hele lichaam wacht ik tot ze klaar is met haar begroeting… Na een tijdje krijg ik wat ruimte, open ik mn ogen en sta behoedzaam op. Mijn stem betovert de kudde met rustgevende lieve woordjes en niemand schrikt.
Samen wandelen we een stukje verder. Ik praat over koetjes en kalfjes maar daar snapt de kudde niets van. Toch ‘Moeën en Meuhen’ de dames gezellig met me mee. Ik pluk zonder nadenken een grassprietje en begin er op te kauwen. Meteen voel ik een vreemd soort rust in mn lijf en ga langzaam op in mn kudde. Ik krijg zin in een hap gras…
Bij de volgende kolk ga ik weer zitten en de voorste koe loopt verder. De rest KAN niet achter blijven maar mn blondste vriendin blijft staan tot ze de laatste is. Ze kijkt nog één keer om in de hoop dat ik volg maar dat lukt me niet. … Eén hartverscheurend ‘Meuh’ en dan loopt ze verder. Als aan een elastiek loopt ze achter in de kudde mee. Ik blijf een paar minuten kijken en ga dan weer liggen.
Terwijl ik voorbij de lucht kijk, komen in gedachte de koeien om me heen liggen. Grote ogen kijken me aan zonder een teken van zorgen. Geen enkele koe kijkt verdrietig, is bang of boos. De gezichten tonen geen liefde of haat. De kudde leeft dag in dag uit in bekend gebied. Er is balans. Het doet me goed dat ik er nu tussen mag lopen zonder dat ik de balans verstoor. Ik voel even of mn horens al beginnen te groeien.
Vroeger leefde ik ook in een kudde. Ik herinner me nog vaag hoe ik zonder wil mn leven liet leiden. Mijn kudde bestond uit beduidend kleinere koeien en we graasden vaak verder uit elkaar. Er waren enkelingen die dachten dat ze bijzonder waren omdat ze twee verschillende kleuren sokken aan durfden te trekken… al wist iedereen dat de regels van de kudde dat toestond.
Een kalfje likt vanuit het niets mijn neus en ik schrik terug. Als ik haar aankijk zie ik dat ze alleen is. Geschrokken kijk ik om me heen. “Waar is je mama lieverd?” vraag ik bezorgd. Ik sta abrupt op en zeg: “hup… naar je mama. Als je de kudde kwijtraakt kan je nooit meer terug!” Het kalfje huppelt vrolijk naar de kudde grazers in de verte.

Het is al bijna donker. Huilend en in elkaar gedoken loop ik verder… “Tot morgen!” roep ik maar ik kijk niet meer om. Ik wil niet dat ze mn tranen zien…

 

ik stop (voorlopig) met schrijven

ik kan woorden in het donker niet van elkaar onderscheiden

Stelling van Lot

 “… je kunt het Lot niet ontlopen” zegt ie stellig en dan valt het gesprek stil. We zitten met gesloten ogen op een muurtje en zoeken minutieus naar het zonnigste plekje. Hij zoekt warmte, ik licht. In een poging zn stelling van Lot om de tuin te leiden zeg ik “… natuurlijk kan dat wel. Het Lot speelt vals. Net als je denkt dat je het Lot aanvaard hebt, blijkt jouw Lot te bestaan uit het ontlopen ervan. Als ik ook mag vals spelen… win ik!” Hij gaat rechtop zitten, kijkt me aan en zegt: “Wat kun jij de dingen toch mooi zeggen…”. Hij maakt me vrolijk. Aangemoedigd ga ik door: “Als ik vanochtend wist

— lees hier verder a.u.b. — Stelling van Lot

Ademloos

Het regent al de hele dag. Zelfs in mn hoofd. De trucjes die ik ken om mn onrust te foppen, werken niet maar ik geef me niet gewonnen.

Geen geluid van binnen of buiten en niemand waagt zich in de regen op straat. Alles om me heen ademt opgeruimde stilte. De koelkast slaat af en ik houd heel even mn adem in… Hoe graag ik het ook wil, niets of niemand draagt bij aan mn rusteloosheid. Waarom vecht ik ertegen…?

De tijd klopt met mijn beleving van de dag en de temperatuur met de tijd van het jaar. De stilte op straat met een ijzige voorjaarsbui en mn hongergevoel met “lang na etenstijd”. Alle

— lees hier verder a.u.b. — Ademloos

Ouderdom

 

 

Toen ik zo klein was dat ik meer dan een uur op mn opa’s knie kon zitten wist ik het al. Oud zijn is bijzonder. Mijn opa kon stil zijn. Echt stil… Dagen en dagen lang in dezelfde stoel. Zn stok had ie vast alsof ie elk moment kon opstaan maar dat deed ie nooit. Soms sliep ie maar meestal niet.

Hij sprak nooit en heel soms snauwde hij iets. Vaker gromde hij gewoon. Er waren wel geluiden maar ze leken zo door opa heen te gaan. Mijn opa was al zo lang stil dat hij geen zinnen meer kon maken.

Voor mij was dat allemaal logisch. Als mn opa stil mocht

— lees hier verder a.u.b. — Ouderdom

The One

 

Om zes uur stap ik vanuit de trein, zonder vertraging of wachttijd, rechtstreeks de bus in. Ik ben te moe om naar huis te lopen en er staat nog wat op mn Ov-kaart. Als ik thuis ben sta ik in de min maar dat zuiver ik wel aan in betere tijden.

Bus 69 richting Maaspoort is al aardig vol. Met een diepe zucht plof ik neer naast een man die er te netjes uitziet voor de tijd van de dag. Hij draagt een pak met een lange jas erover. Er onder draagt ie glimmende Italiaanse merkschoenen. Het geheel is met een vrolijke stropdas bij elkaar geknoopt. Ik kan geen kreukel ontdekken. Als ik

— lees hier verder a.u.b. — The One

Gelukkig

logo mar10

 

Er staat al een mok dampende koffie op tafel als ik binnenkom. Wiener melange met twee extra zoetjes. “Kom eens hier…” zegt ze “… je bent weer afgevallen”. Bijna routinematig scant ze me vliegensvlug maar grondig van top tot teen. Dan pakt ze me vast en kust me. Op dr gezicht kan ik niet aflezen hoe het met me gaat en dat blijft me verwonderen. We leven bijna dertien jaar gescheiden van elkaar en nog dreigt elke kriebel in mn buik te zakken tot bedenkelijk laag niveau. Als we bij de koffie aan tafel gaan zitten, valt ze, anders dan anders, meteen stil.

Ze kijkt me aan en zoekt naar woorden… Dan vraagt

— lees hier verder a.u.b. — Gelukkig

Ik mis je

Morgen is het Kerstmis en het is nog donker als ik op weg ga naar Linda. Het is kwart voor acht. Op dit tijdstip ben ik niet vaak op straat en al helemaal niet als het zo koud is. Natuurlijk weet ik dat het zo vroeg al druk is op straat maar het verbaast me elke keer. Van binnen en buiten dampende bussen, rijen auto’s en stoere fietsers. Iedereen is uit bed en niemand lijkt wakker.

Adem halen is bijna ondoenlijk met zoveel uitlaatgassen in de lucht. De miljoenen auto’s van tienduizenden euro’s zijn door de bank gefinancierd om automobilisten naar het werk te brengen. Met een baan verdienen ze precies genoeg om de auto

— lees hier verder a.u.b. — Ik mis je

Ik zie… ik zie!

… In mijn droom ben ik blind. Tenminste… tot ik mezelf onder ogen kom… Totdat… “Ik zie, ik zie wat jij niet ziet… en ‘het’ is …!” Een piepklein stemmetje vult mijn droom en het vol-ledige pleintje voor mn deur. De droom eindigt daarmee abrupt… Ben ik nu wakker? De overgang van slapen naar waken brengt me in de war of er juist uit. Alles lijkt wazig.

De zon accentueert de mooiste plekjes in de straat. Kinderlijk eenvoudige magie met verstrekkende gevolgen. Het lichtende schouwspel met warme scherpe beelden tot bijna doorzichtig vage hebben me vanochtend naar mn bankje op het balkon gelokt. Overal hangen flarden. Flarden van dromen gewoon voor het uitkiezen. Onder mn

— lees hier verder a.u.b. — Ik zie… ik zie!

Heel de heler *

Zonder één kledingvezel teveel aan mn lijf stap ik mn deur uit. Wat een zomer. Mensen die zich normaal gesproken vrijwillig opsluiten in huis of een kantoor, vluchten nu naar buiten. Ik kom de raarste mensen tegen. Ik woon hier al vier jaar en gister zag ik de man die in het huis naast me woont voor het eerst. Hij is zo bezig met vliegens-vluchten, werken en andere blijkbaar nogal belangrijke zaken, dat ie soms bijna doorzichtig is. Doorzichtige mensen storen me niet.

Buiten groei ik direct een paar centimeter. Mn ogen gaan verder open en mn schouders rechten zich als vanzelf. Ik zuig een iets te grote ademteug in mn longen en de hommel

— lees hier verder a.u.b. — Heel de heler *