Ride on!

 

Zwetend, met huid en haar verfrommeld schrik ik midden in de nacht wakker. Zelfs de nacht lijkt in de war. Ik merk dat ik woest ben al weet ik niet zo snel waarom. Vanuit lig-stand spring ik overeind en sta direct rechtop. Het dekbed hangt als Superman ’s cape om mn schouders. Ja, koddig misschien maar voor dat soort pseudo snoezig gezever ben ik niet in de stemming. Het is fokking elf over vijf! Zonder ook maar één telefooncel in de wijk voel ik me genoodzaakt de cape gewoon uit te trekken en met een achterwaartse zwiep in de hoek te gooien. Een beetje gefrustreerd loop ik naar mn tafel.

 

Er staat een klein led lampje op tafel irritant te stralen. Kutlamp. Om het lampje heen liggen boutjes en moertjes, veertjes en asjes, ringetjes, pakkingen en van die ronde dunnen dingen… zuigerveren, netjes gerubriceerd om het motorblok van een snorfiets heen. Ik ben woest om… wacht eens even… Iets of iemand probeert me gek te maken. Het lampje lijkt nu te fonkelen en ik hoor hemelse belletjes geruststellend elk ander geluid dat mn oor bereikt verdringen. Even probeer ik te focussen. “HO! Stop! Ik ben helemaal opgefokt omdat je me midden in de nacht roept…!” Vanaf “HO! Tot roept…! Verdwijnt het vuur traploos uit elke letter van elk woord. “roept…!” klinkt zelfs giechelig.

 

Als ik dat ontplofte motorblokje daar zie liggen in het schemerlicht dan vergeet ik mn boosheid. De laatste restjes verlaten mn hoofd met wat moralistisch gepruttel over nachtrust, claimen en egoïsme. Schuldbewust kijk ik naar mn blokkie. Een prachtig motorblok maar je kunt er de paniek vanaf lezen. Niet erg slim van me om midden in een openhart operatie te besluiten om de volgende dag verder ter gaan.

 

“Wat is dit voor een ongeregelde bende” zeg ik pesterig hard op? Ik werk al dagenlang twintig uur per dag om je uit de dood terug te halen en dan is het NOG niet genoeg? Ik moet slapen! Als ik morgen de fietsbel op je krukas monteer… dan ga je maar bij jezelf te raden. Ik… Ik ben geen machine. Met een handdoek onder mn blote kont ga ik even bij mn blokje aan tafel zitten. Een glimlach verraad dat er weer ruimte is voor koddig gezever…

 

“Zo werkt het niet Snorremans… “ ga ik verder maar de angel is uit mn betoog. “Ik moet echt af en toe slapen!” Snorremans zwijgt en dat vind ik knap maar vooral verstandig. Met “… maar niet nu” eindig ik mijn belerende verhaaltje en ontkracht daarmee alles wat ik heb gezegd. Een zucht van verlichting probeert zich op te dringen maar die blaas ik achteloos weg. Niet alles hoeft dramatisch te eindigen…

 

De onderdelen van het motorblok liggen op bergjes… vaak ben ik daar niet zorgvuldig mee zodat uiteindelijk één grote hoop ontstaat. Sorteren… volgorde… merk onderdelen. Het boeit me niet. Ik zie mezelf met wind door mn haar over de dijk naar Fenna rijden en… Snorremans draagt me. Het eerste wat ik deed was het truttige zadel dat ie had letterlijk weg gooien. Van ongeveer zes meter afstand zo de container in. Er ligt al een paar jaar een prachtige buddyseat te wachten op een donorbrommer. Een buddyseat van hetzelfde type Yamaha als waarop ik in 1985 alleen maar nog maar van Fenna kon dromen. De zitting heb ik bekleed met de leren jas van Linda. Zachtjes mompel ik er een paar dingen achteraan maar die woorden zijn bijna niet te horen door iemand anders dan haar. De buddyseat heeft een sexy chromen kontje.

 

Op mn Yamaha reed ik met minstens het dubbele van de toegestane snelheid ALTIJD precies on top of the world. Geen machine heeft me daarna het gevoel gegeven dat ik die plek überhaupt kon bereiken laat staan behouden. Zelf denk ik dat ik geen hele Yamaha nodig heb om grootse dingen te bereiken maar op deze buddyseat weet ik altijd hoe het voelt om er te zijn. Mijn plekje on top of the world.

 

Snorremans en ik… we kennen de plek uit eigen ervaring en los van elkaar. We hechten samen nu meer waarde aan de herinnering ervan dan aan het feitelijke plekje zelf. We zouden ALLES moeten geven EN alle geluk voor minimaal tien jaar bij elkaar moeten sparen om er weer te komen. Het is machtig om dat punt te bereiken en Über-machtig om er een tijdje te zijn maar dat zit m niet in het plekje. Het zit m in de macht die voelt als je er bent. Als je er bent geweest… raakt je die nooit meer kwijt.

 

Wij gaan onze macht aanwenden om mooie plekje dichter bij huis te vinden… om vaker naar Fenna te gaan… om te genieten tot het ‘welletjes’ is. Snorremans van mijn aandacht en het vermogen hem te repareren als ie zichzelf weer sterker heeft getoond dan ie is. … en ik?

 

Ik ben

Self righteous suicide*

logo mar10

 

 

Met duizelingwekkende vaart, rijd ik op mn snorfietsje een viaduct in. De schaduw en de wind onder het viaduct bieden geen verkoeling. Logisch, ‘hét’ is vandaag veertig graden. Dat is warmer dan ik. Zweetdruppels maken een sissend geluid als ze het teer raken… De kilometerteller geeft ‘zesentwintig’ aan en voor een snorfiets is dat ruim één kilometer per uur te hard. Gelukkig ben ik met deze snelheid binnen een kwartier thuis en anders loop ik de laatste kilometer.

Voordat ik de kans krijg om die absurde gedachte te verhelderen, zie ik aan het eind van het heuveltje uit het viaduct een man op de weg liggen. Hij wil opstaan maar dat lukt niet.

— lees hier verder a.u.b. — Self righteous suicide*

Chaos in Orde

logo mar10

“Een opgeruimd huis, een opgeruimd hoofd”, zei mn moeder vaak. Wat ze daarmee bedoelde was voor mij een raadsel. Nu zeg ik het soms tegen mijn kids… maar altijd in de naam van mn moeder. Een rijtjeshuis met vier slaapkamers op de eerste verdieping en een slaapkamer op zolder. Mn moeder ruimde de puinhoop achter vijf kinderen op en één ervan was mn pa.

Als ik het aantal uren moet gaan tellen dat mijn moeder aan het opruimen was dan ben ik nog wel even aan het tellen. Ze doet het vast nog steeds. Net voor de boel aan kant was, kwam er altijd wel iemand thuis… met een vriendje of vriendinnetje of de halve

— lees hier verder a.u.b. — Chaos in Orde

Wereldreis in tijd (alleen in 4D)

logo mar10

 

 

Met de rug richting straat ga ik aan de Smalle Haven op de grond zitten. De voeten die boven het water bungelen zijn van mij al lijken ze verder weg dan ooit. Ik leg mn armen op de onderste stang van de hekwerkje dat naast het water staat. Ze vormen een perfect kussen voor een hoofd vol drukte. Het hekje lijkt op het originele hekje maar dat is inmiddels ruim tweehonderd jaar geleden vervangen. Daar was ik eergister nog… Al snel begin ik te staren en net voordat ik in slaap val, maak ik de sprong… precies tussen waken en slapen.

De voorjaarszon… het geroezemoes en de geuren die de stad tot in

— lees hier verder a.u.b. — Wereldreis in tijd (alleen in 4D)

Hill~Billy!

logo mar10

Als de stofwolken naast me zijn gaan liggen durf ik bijna niet te kijken. De dag begint zo mooi maar… nog voor de temperatuur stijgt zijn er slachtoffers gevallen. Ik met mn grote mond. Ik zou willen zwijgen voor altijd en altijd. Even sluit ik mn ogen en zie ik mezelf boven op mn berg. Een klein huisje… een groentetuintje en alle tijd voor woorden om mij te vergeten.

Bijna automatisch kleed ik me aan en ga naar buiten. Als ik ergens mee vast zit ga ik naar mn berg… Hij bestaat echt! Nou ja, een berg kun je het niet noemen. Het is eigenlijk meer een heuveltje. Het beklimmen ervan is geen prestatie als

— lees hier verder a.u.b. — Hill~Billy!

Super sub

logo mar10

Een scherp fluitsignaal haalt me terug naar het hier’nu’maals. Wie had dat nou verwacht? Jarenlang als super sub wachten op de reservebank. Geconcentreerd, soms coachend, soms zwijgend maar altijd aanwezig. Net als ik een jointje aan steek… ruim in blessuretijd… moet ik aantreden. Topfit ben ik niet meer maar tegensputteren is zinloos. De reservebank is op mij na leeg en het publiek al naar huis. MIJN kans om te schitteren. Hét moment… Er is geen tijd om een afweging te maken. Achteraf zie ik dat de afweging zwaarder zou zijn geweest dan het onvermijdelijke resultaat.

Na veertien vage jaren heb weer één van mn meiden onder mn vleugels. Mn hele leven staat op zn kop.

— lees hier verder a.u.b. — Super sub

Grote drama’s, kleine drama’s

logo mar10

Met een diepe zucht sta ik op. Ik geef me gewonnen en kleed me aan na uren draaien en rollebollen met mn onrust. Mn hoofd houdt zn kop niet en de slaap kan me niet te pakken krijgen. “Dan niet…” zeg ik en dat voelt meteen beter. Ik kan mezelf alleen verslaan door los te laten.

“Slapen is voor oude mensen” mompel ik terwijl de spiegel toont hoe ik mn haren op een staart doe… Het lijkt alsof mn gezicht wat meer tijd nodig heeft om wakker te worden. Mn spiegelbeeld kijkt op me neer en bouwt spanning op voor zn preek. Voor het zover is, draai ik me om en zeg: “… te laat!”

— lees hier verder a.u.b. — Grote drama’s, kleine drama’s

Beste wensen

logo mar10

Januari is voorbij en ik ben aan de voorjaarsschoonmaak begonnen. Je zou kunnen zeggen: “nou nou… ijverige kerel hoor… de voorjaarsschoonmaak in februari…” maar dan zou je een vergissing maken. Dit is de voorjaarsschoonmaak van vorig jaar. Vorig jaar eindigde de schoonmaak nog voor ie begon en dit jaar…

Meestal ben ik niet zo bezig met het aan kant houden van mn huis. Het ergste vuil haal ik weg en als mn meiden komen ruim ik ook nog op. Ik doe de was trouw en ik slaap graag onder schone dekens. Mn toilet hoort bij de schoonste van de Maaspoort. Toch… stiekem hoopt er hier of daar wel eens wat op… mn uitzicht is bruiner

— lees hier verder a.u.b. — Beste wensen

Appels met participeren vergelijken

logo mar10

Ik heb de neiging om hardop te zeggen dat tweeduizend veertien een jaar is om snel te vergeten maar ik weet beter. Dit jaar is er veel met me gebeurd. Veel onvergetelijke dingen… Er is geen tijd meer om de kleur van het oude jaar te veranderen, om fouten herstellen of behaalde successen te herbeleven. Voor nu laat ik het voor wat het is want nu stemt het me verdrietig. Misschien dat nieuwe adem in het komende jaar mijn zicht op zn voorganger verzacht… zoals altijd.

Tweeduizendvijftien begint meteen heftig. Op Eén januari treedt de Participatiewet in werking. Ik heb erover gelezen en mensen over horen praten. Hier en daar heb ik discussies opgevangen en

— lees hier verder a.u.b. — Appels met participeren vergelijken

Mensen

logo mar10

“Ik ben niet boos op mensen…” zegt Mira zonder me aan te kijken. Ze tekent met een oogpotloodje een zonnetje op mn hand. “…Ik hou van ze! Elke dag zoek ik een plekje in de stad om me even mens tussen mensen te voelen. Ik hou niet van één mens of van een groep… ik hou van álle mensen!” zegt ze en ze maakt een groots gebaar met haar armen. “Alleen…” zegt ze en ze stopt. Ze kijkt om zich heen en begint te huilen. Heel zachtjes. Haar gezicht vertrekt nauwelijks maar haar ogen lopen vol. Net als ik denk dat tranen uitblijven, ontsnapt er één. Nu zie ik pas echt hoe jong ze nog

— lees hier verder a.u.b. — Mensen