Mensen

“Ik ben niet boos op mensen…” zegt Mira zonder me aan te kijken. Ze tekent met een oogpotloodje een zonnetje op mn hand. “…Ik hou van ze! Elke dag zoek ik een plekje in de stad om me even mens tussen mensen te voelen. Ik hou niet van één mens of van een groep… ik hou van álle mensen!” zegt ze en ze maakt een groots gebaar met haar armen. “Alleen…” zegt ze en ze stopt.  Ze kijkt om zich heen en begint te huilen. Heel zachtjes. Haar gezicht vertrekt nauwelijks maar haar ogen lopen vol. Net als ik denk dat tranen uitblijven, ontsnapt er één. Nu zie ik pas echt hoe jong ze nog is.

“Wat gebeurt er met je?” vraag ik. Snel veegt ze de traan weg met een vieze mouw. Ze zegt niets. We staan op en lopen een stukje hand in hand door de stad. In beweging fleurt ze helemaal op en van het verdriet… geen spoor meer. Wonderlijk hoe ze haar emoties ruimte geeft. We praten over alles wat we tegenkomen en midden in de stad trakteer ik haar op een ijsje. Bij deze temperaturen is rookworst meer voor de hand liggend, toch betwijfel ik of ik daarmee een even mooie glimlach tevoorschijn kan toveren. Met ijsje en glimlach lopen we zwijgend verder…

Aan de overkant van de straat begint een vrouw te schreeuwen. De man waar ze tegen schreeuwt zet geschrokken een stap achteruit maar de vrouw schreeuwt gewoon door… Zelfs haar lichaam lijkt te schreeuwen. De man maakt zich groot en schreeuwt terug: “Stop hiermee!” Een klein drama ontvouwt zich en krijgt zelfs interactief publiek. ik wil het einde liever niet afwachten. “Zullen we verder lopen?” zeg ik terwijl ik me omdraai maar er volgt geen antwoord.

Mira is weg. Haar ijsje ligt op de grond. Het is druk in de straat. “Die vind ik nooit meer…” zeg ik hardop en een beetje teleurgesteld loop ik in mn eentje verder. Mn ijsje smaakt niet meer. Zonder Mira lijkt het net een beetje kouder en grijzer in de stad. ik rits mn jas iets verder dicht. Aan de route die ik volg, merk ik dat ik op weg naar huis ben.

De drukte lijkt veel meer op me af te komen en ik ga steeds sneller lopen. Normaal loop ik naar huis maar het is vandaag kouder dan normaal. Zonder er bij stil te staan leg ik mn route om via het station. “Ik neem de bus…” zeg ik verrast tegen mezelf…”lekker decadent!” De bus nemen is één van de trucjes waarmee ik mezelf kan opbeuren en bij die gedachte ga ik wat meer rechtop lopen. Rechtop maak ik weer contact met de buitenwereld en de bleke zon lacht me toe.

De gouden draak die reizigers van en naar Den Bosch beschermt, vertelt me dat ik bijna bij het station ben. Ik weet niet waarom maar hij maakt me blij. Met een hand boven mn samengeknepen ogen bekijk ik het statige beest en net voor ik verder wil lopen pakt iemand mn hand. Nog voor ik haar zie, voel ik de warme hand van Mira. Even kijken we elkaar aan. Ze is bijna doorzichtig. “Dank je wel” zegt ze en ze geeft een kus op mn hand en zo snel als ze er was is ze ook weer weg…

In de bus naar huis wrijf ik met mn koude hand over de warme met kus. De woorden van Mira… haar tranen met glimlach… haar zekerheden en twijfels… haar warme handen. Ze laten me niet los…

“… een verhaal met een open einde” zeg ik tegen mezelf… “Het kan elk moment verder gaan!”

Spinnen

logo mar10

Een douche heeft haar goed gedaan. Dampend staat ze voor me en haar tranen zijn verdwenen. Ze geeft me een kus, gaat naast me op de bank zitten en neemt een slokje van dr witte wijn on the rocks. Even stribbelt ze tegen maar dan legt ze dr hoofd in mijn schoot en valt ze in slaap. Ik maak zachtjes krulletjes in dr haar. Ze lijkt wel te spinnen…

Vanochtend om half vijf stond ze onaangekondigd voor mn deur. Zonder na te denken of kleren loop ik mn balkon op en fluister:” Wie is daar?” Ze zet een stap achteruit zodat ze me ziet en zegt niets. “Oei!” kan ik nog uitbrengen en ik maak

— lees hier verder a.u.b. — Spinnen

Normaal gesproken kansloos…

logo mar10

Zo dichtbij en toch onbereikbaar. Midden op de brug tussen het station en de stad zit ze op de grond. Ze kijkt vrolijk rond en merkt de drukte om zich heen niet op. De nachtploeg loopt aan de ene kant van de brug op huis aan en aan deze kant dienen vers geschoren, geplukte en geschminkte werkers zich aan. Op geen van deze mensen is iets aan te merken. Het zijn één voor één unieke, mooie mensen maar ze hebben geen tijd om dat zelf te zien. Willoos offeren ze zich op als werkmieren voor een Koningin. Ze leven. Planten zich voort … en sterven.

De mevrouw op de brug draait haar hoofd mijn kant

— lees hier verder a.u.b. — Normaal gesproken kansloos…

ik stop (voorlopig) met schrijven

ik kan woorden in het donker niet van elkaar onderscheiden

Koetjes en kalfjes

logo mar10

Met mn voeten in een kolk onder de rook van Oud Empel, lig ik op mn rug en kijk naar de wolken. Ik ben hier bijna elke dag. Hemelsbreed is het minder dan één kilometer van mn huisje. Het is hier prachtig… prachtig en stil. Als er in Nederland al sprake is van natuur dan zit ik er midden in. Ik ga even rechtop zitten om een shagje te draaien en op enkele meters afstand van mij zit een vos. Hij schrikt en schiet het hoge gras in. In de verte loopt een kudde blonde koeien te grazen. Een paar koeien zien me en beginnen te rennen. De rest volgt direct want in een kudde

— lees hier verder a.u.b. — Koetjes en kalfjes

Stelling van Lot

 “… je kunt het Lot niet ontlopen” zegt ie stellig en dan valt het gesprek stil. We zitten met gesloten ogen op een muurtje en zoeken minutieus naar het zonnigste plekje. Hij zoekt warmte, ik licht. In een poging zn stelling van Lot om de tuin te leiden zeg ik “… natuurlijk kan dat wel. Het Lot speelt vals. Net als je denkt dat je het Lot aanvaard hebt, blijkt jouw Lot te bestaan uit het ontlopen ervan. Als ik ook mag vals spelen… win ik!” Hij gaat rechtop zitten, kijkt me aan en zegt: “Wat kun jij de dingen toch mooi zeggen…”. Hij maakt me vrolijk. Aangemoedigd ga ik door: “Als ik vanochtend wist

— lees hier verder a.u.b. — Stelling van Lot

Ademloos

Het regent al de hele dag. Zelfs in mn hoofd. De trucjes die ik ken om mn onrust te foppen, werken niet maar ik geef me niet gewonnen.

Geen geluid van binnen of buiten en niemand waagt zich in de regen op straat. Alles om me heen ademt opgeruimde stilte. De koelkast slaat af en ik houd heel even mn adem in… Hoe graag ik het ook wil, niets of niemand draagt bij aan mn rusteloosheid. Waarom vecht ik ertegen…?

De tijd klopt met mijn beleving van de dag en de temperatuur met de tijd van het jaar. De stilte op straat met een ijzige voorjaarsbui en mn hongergevoel met “lang na etenstijd”. Alle

— lees hier verder a.u.b. — Ademloos

Ouderdom

 

 

Toen ik zo klein was dat ik meer dan een uur op mn opa’s knie kon zitten wist ik het al. Oud zijn is bijzonder. Mijn opa kon stil zijn. Echt stil… Dagen en dagen lang in dezelfde stoel. Zn stok had ie vast alsof ie elk moment kon opstaan maar dat deed ie nooit. Soms sliep ie maar meestal niet.

Hij sprak nooit en heel soms snauwde hij iets. Vaker gromde hij gewoon. Er waren wel geluiden maar ze leken zo door opa heen te gaan. Mijn opa was al zo lang stil dat hij geen zinnen meer kon maken.

Voor mij was dat allemaal logisch. Als mn opa stil mocht

— lees hier verder a.u.b. — Ouderdom

The One

 

Om zes uur stap ik vanuit de trein, zonder vertraging of wachttijd, rechtstreeks de bus in. Ik ben te moe om naar huis te lopen en er staat nog wat op mn Ov-kaart. Als ik thuis ben sta ik in de min maar dat zuiver ik wel aan in betere tijden.

Bus 69 richting Maaspoort is al aardig vol. Met een diepe zucht plof ik neer naast een man die er te netjes uitziet voor de tijd van de dag. Hij draagt een pak met een lange jas erover. Er onder draagt ie glimmende Italiaanse merkschoenen. Het geheel is met een vrolijke stropdas bij elkaar geknoopt. Ik kan geen kreukel ontdekken. Als ik

— lees hier verder a.u.b. — The One

Gelukkig

logo mar10

 

Er staat al een mok dampende koffie op tafel als ik binnenkom. Wiener melange met twee extra zoetjes. “Kom eens hier…” zegt ze “… je bent weer afgevallen”. Bijna routinematig scant ze me vliegensvlug maar grondig van top tot teen. Dan pakt ze me vast en kust me. Op dr gezicht kan ik niet aflezen hoe het met me gaat en dat blijft me verwonderen. We leven bijna dertien jaar gescheiden van elkaar en nog dreigt elke kriebel in mn buik te zakken tot bedenkelijk laag niveau. Als we bij de koffie aan tafel gaan zitten, valt ze, anders dan anders, meteen stil.

Ze kijkt me aan en zoekt naar woorden… Dan vraagt

— lees hier verder a.u.b. — Gelukkig