Grote drama’s, kleine drama’s

Met een diepe zucht sta ik op. Ik geef me gewonnen en kleed me aan na uren draaien en rollebollen met mn onrust. Mn hoofd houdt zn kop niet en de slaap kan me niet te pakken krijgen. “Dan niet…” zeg ik en dat voelt meteen beter. Ik kan mezelf alleen verslaan door los te laten.

“Slapen is voor oude mensen” mompel ik terwijl de spiegel toont hoe ik mn haren op een staart doe… Het lijkt alsof mn gezicht wat meer tijd nodig heeft om wakker te worden. Mn spiegelbeeld kijkt op me neer en bouwt spanning op voor zn preek. Voor het zover is, draai ik me om en zeg: “… te laat!” Ik loop de deur uit zonder te wachten op een reactie. Het is erg koud midden in de nacht. Koud… maar niet te koud met drie laagjes van elk kledingstuk om mn lijf.

Soms moet de slaap een handje geholpen worden. Als ik op het stilste moment van de dag een rondje om de Noorderplas loop, zijn de indrukken, de kilometers en de temperatuurschommeling van warm naar koud naar warm precies genoeg om onrust in slaap e sussen en kansloos te smoren onder mn dekentje…

Op precies de helft van mn rondje passeer ik zachtjes fluitend een hangplek. Een klein stukje verder stop ik abrupt… Was dat een….? Ik loop terug en helemaal in het hoekje van de hangplek zit een man ineen gedoken met opgetrokken benen doodstil op de bank zitten. Heel zachtjes en op veilige afstand zeg ik: “Hallo… is alles oké met je?” Hij reageert niet. Ik probeer het iets harder: “Hallo daar…” De man kijkt op. “Jawel hoor…” zegt ie “wat aardig van u…” Ik kan van hier zien dat hij heeft gehuild.

“Heb je het niet koud?” vraag ik en ik zet een paar stappen dichterbij. “Jawel” zei de man… Een Marokkaanse man zo blijkt van dichtbij. Hij is behoorlijk wat ouder dan ik ben. “Wil je even mijn jas? Ik heb er twee aan…” Zwijgend lijkt hij naar woorden te zoeken maar vindt niets. Net als ik weer weg wil lopen zegt hij “alsjeblieft?” Met wat overgebleven tranen in zijn stem en bibberende had wijst hij naar de bank naast hem. Ik geef hem mn bovenste jas en ga op het bankje naast hem zitten. Als ik het niet zo met m te doen zou hebben dan had mijn brede glimlach dit vreemde schouwspel verlicht.

“Ik ben een beetje koud in de war… “ zegt hij “ik kan niet denken en slapen… “ Hij spreekt traag… Met neergeslagen ogen draait ie zich naar mij toe en vraagt…: “ Meneer bent u ook zo geschrokken bij het journaal van Charley?” Hij kan alleen de eerste snik niet onderdrukken. “Geschrokken ja, dat ben ik… en ik ben ook boos geworden. … Eerlijk gezegd weet ik niet zo goed wat er van te denken. Het is te groot voor mijn hoofd…” Mijn antwoord kalmeert m.

Hij ziet dat ik begin te rillen en geeft mn jas terug. “Viel te groot voor mijn hoofd ook…” zegt hij en “Dank je wel meneer” Weer puzzelt hij zichtbaar met woorden in en om zn hoofd. “Mijn zoon woont in een huis in Parijs… Hij heeft een baan!” Bij baan ontspant zn gezicht en stralen zn ogen bijna. “ik ben veel bang voor mijn zoon met het journaal… en ik ben rondjes gelopen… en nog!” zegt ie. “Ik weet niet de weg terug. Ik ben in de war op slechte pad gelopen…” Hij buigt zn hoofd. Nu kan ik een glimlach niet meer onderdrukken.

“Weet je wat ik denk…? Ik denk dat je op de goede weg bent. Grote drama’s en kleine drama’s … iedereen raakt wel eens de weg kwijt… Waar woon je?” vraag ik. Hij wijst met zn vinger alle kanten op en zegt: “Hambaken…”

Na een comfortabele stilte zeg ik: “Kom…” en ik pak zn hand. “ik breng je naar huis”. Als je morgen met de zon wakker wordt… ben je alweer op de goede weg… Hoe heet je?

 

 

Ik ben …

Mar10

 

 

Beste wensen

logo mar10

Januari is voorbij en ik ben aan de voorjaarsschoonmaak begonnen. Je zou kunnen zeggen: “nou nou… ijverige kerel hoor… de voorjaarsschoonmaak in februari…” maar dan zou je een vergissing maken. Dit is de voorjaarsschoonmaak van vorig jaar. Vorig jaar eindigde de schoonmaak nog voor ie begon en dit jaar…

Meestal ben ik niet zo bezig met het aan kant houden van mn huis. Het ergste vuil haal ik weg en als mn meiden komen ruim ik ook nog op. Ik doe de was trouw en ik slaap graag onder schone dekens. Mn toilet hoort bij de schoonste van de Maaspoort. Toch… stiekem hoopt er hier of daar wel eens wat op… mn uitzicht is bruiner

— lees hier verder a.u.b. — Beste wensen

Appels met participeren vergelijken

logo mar10

Ik heb de neiging om hardop te zeggen dat tweeduizend veertien een jaar is om snel te vergeten maar ik weet beter. Dit jaar is er veel met me gebeurd. Veel onvergetelijke dingen… Er is geen tijd meer om de kleur van het oude jaar te veranderen, om fouten herstellen of behaalde successen te herbeleven. Voor nu laat ik het voor wat het is want nu stemt het me verdrietig. Misschien dat nieuwe adem in het komende jaar mijn zicht op zn voorganger verzacht… zoals altijd.

Tweeduizendvijftien begint meteen heftig. Op Eén januari treedt de Participatiewet in werking. Ik heb erover gelezen en mensen over horen praten. Hier en daar heb ik discussies opgevangen en

— lees hier verder a.u.b. — Appels met participeren vergelijken

Mensen

logo mar10

“Ik ben niet boos op mensen…” zegt Mira zonder me aan te kijken. Ze tekent met een oogpotloodje een zonnetje op mn hand. “…Ik hou van ze! Elke dag zoek ik een plekje in de stad om me even mens tussen mensen te voelen. Ik hou niet van één mens of van een groep… ik hou van álle mensen!” zegt ze en ze maakt een groots gebaar met haar armen. “Alleen…” zegt ze en ze stopt.  Ze kijkt om zich heen en begint te huilen. Heel zachtjes. Haar gezicht vertrekt nauwelijks maar haar ogen lopen vol. Net als ik denk dat tranen uitblijven, ontsnapt er één. Nu zie ik pas echt hoe jong ze nog

— lees hier verder a.u.b. — Mensen

Spinnen

logo mar10

Een douche heeft haar goed gedaan. Dampend staat ze voor me en haar tranen zijn verdwenen. Ze geeft me een kus, gaat naast me op de bank zitten en neemt een slokje van dr witte wijn on the rocks. Even stribbelt ze tegen maar dan legt ze dr hoofd in mijn schoot en valt ze in slaap. Ik maak zachtjes krulletjes in dr haar. Ze lijkt wel te spinnen…

Vanochtend om half vijf stond ze onaangekondigd voor mn deur. Zonder na te denken of kleren loop ik mn balkon op en fluister:” Wie is daar?” Ze zet een stap achteruit zodat ze me ziet en zegt niets. “Oei!” kan ik nog uitbrengen en ik maak

— lees hier verder a.u.b. — Spinnen

Normaal gesproken kansloos…

logo mar10

Zo dichtbij en toch onbereikbaar. Midden op de brug tussen het station en de stad zit ze op de grond. Ze kijkt vrolijk rond en merkt de drukte om zich heen niet op. De nachtploeg loopt aan de ene kant van de brug op huis aan en aan deze kant dienen vers geschoren, geplukte en geschminkte werkers zich aan. Op geen van deze mensen is iets aan te merken. Het zijn één voor één unieke, mooie mensen maar ze hebben geen tijd om dat zelf te zien. Willoos offeren ze zich op als werkmieren voor een Koningin. Ze leven. Planten zich voort … en sterven.

De mevrouw op de brug draait haar hoofd mijn kant

— lees hier verder a.u.b. — Normaal gesproken kansloos…

ik stop (voorlopig) met schrijven

ik kan woorden in het donker niet van elkaar onderscheiden

Koetjes en kalfjes

logo mar10

Met mn voeten in een kolk onder de rook van Oud Empel, lig ik op mn rug en kijk naar de wolken. Ik ben hier bijna elke dag. Hemelsbreed is het minder dan één kilometer van mn huisje. Het is hier prachtig… prachtig en stil. Als er in Nederland al sprake is van natuur dan zit ik er midden in. Ik ga even rechtop zitten om een shagje te draaien en op enkele meters afstand van mij zit een vos. Hij schrikt en schiet het hoge gras in. In de verte loopt een kudde blonde koeien te grazen. Een paar koeien zien me en beginnen te rennen. De rest volgt direct want in een kudde

— lees hier verder a.u.b. — Koetjes en kalfjes

Stelling van Lot

 “… je kunt het Lot niet ontlopen” zegt ie stellig en dan valt het gesprek stil. We zitten met gesloten ogen op een muurtje en zoeken minutieus naar het zonnigste plekje. Hij zoekt warmte, ik licht. In een poging zn stelling van Lot om de tuin te leiden zeg ik “… natuurlijk kan dat wel. Het Lot speelt vals. Net als je denkt dat je het Lot aanvaard hebt, blijkt jouw Lot te bestaan uit het ontlopen ervan. Als ik ook mag vals spelen… win ik!” Hij gaat rechtop zitten, kijkt me aan en zegt: “Wat kun jij de dingen toch mooi zeggen…”. Hij maakt me vrolijk. Aangemoedigd ga ik door: “Als ik vanochtend wist

— lees hier verder a.u.b. — Stelling van Lot

Ademloos

Het regent al de hele dag. Zelfs in mn hoofd. De trucjes die ik ken om mn onrust te foppen, werken niet maar ik geef me niet gewonnen.

Geen geluid van binnen of buiten en niemand waagt zich in de regen op straat. Alles om me heen ademt opgeruimde stilte. De koelkast slaat af en ik houd heel even mn adem in… Hoe graag ik het ook wil, niets of niemand draagt bij aan mn rusteloosheid. Waarom vecht ik ertegen…?

De tijd klopt met mijn beleving van de dag en de temperatuur met de tijd van het jaar. De stilte op straat met een ijzige voorjaarsbui en mn hongergevoel met “lang na etenstijd”. Alle

— lees hier verder a.u.b. — Ademloos