Self righteous suicide*

 

 

Met duizelingwekkende vaart, rijd ik op mn snorfietsje een viaduct in. De schaduw en de wind onder het viaduct bieden geen verkoeling. Logisch, ‘hét’ is vandaag veertig graden. Dat is warmer dan ik. Zweetdruppels maken een sissend geluid als ze het teer raken… De kilometerteller geeft ‘zesentwintig’ aan en voor een snorfiets is dat ruim één kilometer per uur te hard. Gelukkig ben ik met deze snelheid binnen een kwartier thuis en anders loop ik de laatste kilometer.

Voordat ik de kans krijg om die absurde gedachte te verhelderen, zie ik aan het eind van het heuveltje uit het viaduct een man op de weg liggen. Hij wil opstaan maar dat lukt niet. Zn fiets ligt naast m. Doodstil. Terwijl ik mij bewust iets te laat tot stilstand laat komen schat ik de ernst van de situatie in. Ik wacht even en zeg dan twijfelachtig: “… volgens mij gaat het niet goed… kan ik helpen? Kan ik iemand bellen? Kan… ”. De man reageert traag en niet logisch in mijn ogen. Het gaat echt niet goed. De man zit nu op handen en knieën en wil wel antwoorden maar hij krijgt geen adem. Het maakt m woest. “Hallo!” zeg ik iets harder met direct erna: “wacht, ik zet mn brommer weg.”

Ik stop even met praten en merk dat ik ijzig kalm ben. Ik loop rustig naar de man toe en ga op mn hurken zitten. Bij het eerste oogcontact zie ik angst in zn ogen. Angst en woede. Geen angst voor mij want hij ziet me volgens mij nauwelijks. Hij stikt… !

Wat nou als hij in shock raakt? Ik pak mn telefoon maar als ie dat merkt, schudt de man heftig “nee” met zn hoofd. Ik zet een paar stappen achteruit en zeg: … “dit gaat zo niet lukken… Je moet op adem komen. Ik haal wat te drinken en als ik terug ben, ga ik niet weg totdat je verder kunt”. De man gooit zn portemonnee voor mn voeten.

Met mn kont op een stoeprand kijk ik naar de man… de manier en het moment waarop ik hem hier ontmoet is adembenemend mooi en doodeng. Hij drinkt ijskoude cola en laat de dextrose snoepjes onaangetast. Een man van in de zestig denk ik. Ik herken zijn paniekerige ademhaling en machteloze boosheid van mn liefje. Zn longen zijn ook kapot en hij had al lang aan de zuurstof gemoeten. Kalm worden is nu zijn enige optie. Ik blijf kalm.

Na ruim tien minuten puffen en raaskallen, komen er langzaam wat begrijpelijke woorden en halve zinnen. “Geen politie joh, ziekenhuis pfff. Het lukt alweer en te warm!” Ik hoor en ruik dat de woorden drijven op drank. “Doe eens rustig aan man! Eerst HE-LE-MAAL op adem komen… “ zeg ik bijna streng. “Dan kunnen we pas verder zien.” Hij lacht nu. Zonder tanden overigens, zelfs geen valse… Als hij zn T-shirt optilt, zie ik een joekel van een litteken. Het verdeelt zn hele borstkast in tweeën. “Gat in mn long” zegt ie.

Ik praat, hij zwijgt. Hij volgt me niet maar snapt dat het geen zin heeft om door mijn woorden heen te praten. “Ik kan horen dat je slechte longen hebt en dat kun je niet oplossen met twee kratten bier. Ik denk dat het klimmetje per fiets je te veel is geworden”. Ik wijs naar het viaduct. Hij knikt nonchalant. “De omstandigheden zijn ook niet ideaal voor je. Misschien…

Ineens trekt ie zich aan de paal van een verkeersbord overeind. “Omleiding” staat er op en we kunnen er samen om lachen. Hij wankelend. Ik wil schreeuwen, politie of ambulance bellen maar ik weet dat hij daar niet op zit te wachten. Hier zijn geen woorden voor die hij niet kent. Hij draait een shagje en steekt m aan. Ik moet twee keer bijspringen om m rechtop te houden.

Na een paar wiebelige minuten vindt hij het welletjes. “Een taxi misschien?” probeer ik nog maar hij duwt me aan de kant. Hij draait zich om en kijkt me aan. “Je lijkt rustiger” zeg ik zonder overtuiging. Zachtjes zegt ie: “dankjewel… je bent een goed jong, jong”. Hij slaat op zn kont waar de portemonnee zich bevindt en zegt: “Die zien we niet meer terug dacht ik net …” Hij gooit zn been iets te ver over de stang van de fiets en zegt meer tegen zichzelf dan tegen mij: “Ik weet de weg… ik moet deze kant op…”. Met twee vingers aan de bagagedrager houd ik de fiets overeind. “… TWEE HANDEN AAN HET STUUR!” probeer ik dapper met beduidend minder rustige stem. “Fuck you!” zegt ie zangerig… en hij waggel-fietst gewoon aan.

Ik weet niet zo goed of ik nu moet huilen of lachen want ik doe het allebei. Hardop vraag ik me af of hij nog thuis komt en of ik meer had moeten doen.

Wat zou jij doen?

 

 

 

* Uit: System of a Down’s Chop Suey

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Chaos in Orde

logo mar10

“Een opgeruimd huis, een opgeruimd hoofd”, zei mn moeder vaak. Wat ze daarmee bedoelde was voor mij een raadsel. Nu zeg ik het soms tegen mijn kids… maar altijd in de naam van mn moeder. Een rijtjeshuis met vier slaapkamers op de eerste verdieping en een slaapkamer op zolder. Mn moeder ruimde de puinhoop achter vijf kinderen op en één ervan was mn pa.

Als ik het aantal uren moet gaan tellen dat mijn moeder aan het opruimen was dan ben ik nog wel even aan het tellen. Ze doet het vast nog steeds. Net voor de boel aan kant was, kwam er altijd wel iemand thuis… met een vriendje of vriendinnetje of de halve

— lees hier verder a.u.b. — Chaos in Orde

Wereldreis in tijd (alleen in 4D)

logo mar10

 

 

Met de rug richting straat ga ik aan de Smalle Haven op de grond zitten. De voeten die boven het water bungelen zijn van mij al lijken ze verder weg dan ooit. Ik leg mn armen op de onderste stang van de hekwerkje dat naast het water staat. Ze vormen een perfect kussen voor een hoofd vol drukte. Het hekje lijkt op het originele hekje maar dat is inmiddels ruim tweehonderd jaar geleden vervangen. Daar was ik eergister nog… Al snel begin ik te staren en net voordat ik in slaap val, maak ik de sprong… precies tussen waken en slapen.

De voorjaarszon… het geroezemoes en de geuren die de stad tot in

— lees hier verder a.u.b. — Wereldreis in tijd (alleen in 4D)

Hill~Billy!

logo mar10

Als de stofwolken naast me zijn gaan liggen durf ik bijna niet te kijken. De dag begint zo mooi maar… nog voor de temperatuur stijgt zijn er slachtoffers gevallen. Ik met mn grote mond. Ik zou willen zwijgen voor altijd en altijd. Even sluit ik mn ogen en zie ik mezelf boven op mn berg. Een klein huisje… een groentetuintje en alle tijd voor woorden om mij te vergeten.

Bijna automatisch kleed ik me aan en ga naar buiten. Als ik ergens mee vast zit ga ik naar mn berg… Hij bestaat echt! Nou ja, een berg kun je het niet noemen. Het is eigenlijk meer een heuveltje. Het beklimmen ervan is geen prestatie als

— lees hier verder a.u.b. — Hill~Billy!

Super sub

logo mar10

Een scherp fluitsignaal haalt me terug naar het hier’nu’maals. Wie had dat nou verwacht? Jarenlang als super sub wachten op de reservebank. Geconcentreerd, soms coachend, soms zwijgend maar altijd aanwezig. Net als ik een jointje aan steek… ruim in blessuretijd… moet ik aantreden. Topfit ben ik niet meer maar tegensputteren is zinloos. De reservebank is op mij na leeg en het publiek al naar huis. MIJN kans om te schitteren. Hét moment… Er is geen tijd om een afweging te maken. Achteraf zie ik dat de afweging zwaarder zou zijn geweest dan het onvermijdelijke resultaat.

Na veertien vage jaren heb weer één van mn meiden onder mn vleugels. Mn hele leven staat op zn kop.

— lees hier verder a.u.b. — Super sub

Grote drama’s, kleine drama’s

logo mar10

Met een diepe zucht sta ik op. Ik geef me gewonnen en kleed me aan na uren draaien en rollebollen met mn onrust. Mn hoofd houdt zn kop niet en de slaap kan me niet te pakken krijgen. “Dan niet…” zeg ik en dat voelt meteen beter. Ik kan mezelf alleen verslaan door los te laten.

“Slapen is voor oude mensen” mompel ik terwijl de spiegel toont hoe ik mn haren op een staart doe… Het lijkt alsof mn gezicht wat meer tijd nodig heeft om wakker te worden. Mn spiegelbeeld kijkt op me neer en bouwt spanning op voor zn preek. Voor het zover is, draai ik me om en zeg: “… te laat!”

— lees hier verder a.u.b. — Grote drama’s, kleine drama’s

Beste wensen

logo mar10

Januari is voorbij en ik ben aan de voorjaarsschoonmaak begonnen. Je zou kunnen zeggen: “nou nou… ijverige kerel hoor… de voorjaarsschoonmaak in februari…” maar dan zou je een vergissing maken. Dit is de voorjaarsschoonmaak van vorig jaar. Vorig jaar eindigde de schoonmaak nog voor ie begon en dit jaar…

Meestal ben ik niet zo bezig met het aan kant houden van mn huis. Het ergste vuil haal ik weg en als mn meiden komen ruim ik ook nog op. Ik doe de was trouw en ik slaap graag onder schone dekens. Mn toilet hoort bij de schoonste van de Maaspoort. Toch… stiekem hoopt er hier of daar wel eens wat op… mn uitzicht is bruiner

— lees hier verder a.u.b. — Beste wensen

Appels met participeren vergelijken

logo mar10

Ik heb de neiging om hardop te zeggen dat tweeduizend veertien een jaar is om snel te vergeten maar ik weet beter. Dit jaar is er veel met me gebeurd. Veel onvergetelijke dingen… Er is geen tijd meer om de kleur van het oude jaar te veranderen, om fouten herstellen of behaalde successen te herbeleven. Voor nu laat ik het voor wat het is want nu stemt het me verdrietig. Misschien dat nieuwe adem in het komende jaar mijn zicht op zn voorganger verzacht… zoals altijd.

Tweeduizendvijftien begint meteen heftig. Op Eén januari treedt de Participatiewet in werking. Ik heb erover gelezen en mensen over horen praten. Hier en daar heb ik discussies opgevangen en

— lees hier verder a.u.b. — Appels met participeren vergelijken

Mensen

logo mar10

“Ik ben niet boos op mensen…” zegt Mira zonder me aan te kijken. Ze tekent met een oogpotloodje een zonnetje op mn hand. “…Ik hou van ze! Elke dag zoek ik een plekje in de stad om me even mens tussen mensen te voelen. Ik hou niet van één mens of van een groep… ik hou van álle mensen!” zegt ze en ze maakt een groots gebaar met haar armen. “Alleen…” zegt ze en ze stopt. Ze kijkt om zich heen en begint te huilen. Heel zachtjes. Haar gezicht vertrekt nauwelijks maar haar ogen lopen vol. Net als ik denk dat tranen uitblijven, ontsnapt er één. Nu zie ik pas echt hoe jong ze nog

— lees hier verder a.u.b. — Mensen

Spinnen

logo mar10

Een douche heeft haar goed gedaan. Dampend staat ze voor me en haar tranen zijn verdwenen. Ze geeft me een kus, gaat naast me op de bank zitten en neemt een slokje van dr witte wijn on the rocks. Even stribbelt ze tegen maar dan legt ze dr hoofd in mijn schoot en valt ze in slaap. Ik maak zachtjes krulletjes in dr haar. Ze lijkt wel te spinnen…

Vanochtend om half vijf stond ze onaangekondigd voor mn deur. Zonder na te denken of kleren loop ik mn balkon op en fluister:” Wie is daar?” Ze zet een stap achteruit zodat ze me ziet en zegt niets. “Oei!” kan ik nog uitbrengen en ik maak

— lees hier verder a.u.b. — Spinnen