Hill~Billy!

Als de stofwolken naast me zijn gaan liggen durf ik bijna niet te kijken. De dag begint zo mooi maar… nog voor de temperatuur stijgt zijn er slachtoffers gevallen. Ik met mn grote mond. Ik zou willen zwijgen voor altijd en altijd. Even sluit ik mn ogen en zie ik mezelf boven op mn berg. Een klein huisje… een groentetuintje en alle tijd voor woorden om mij te vergeten.

Bijna automatisch kleed ik me aan en ga naar buiten. Als ik ergens mee vast zit ga ik naar mn berg… Hij bestaat echt! Nou ja, een berg kun je het niet noemen. Het is eigenlijk meer een heuveltje. Het beklimmen ervan is geen prestatie als je dat beziet in termen van hoogteverschillen. Toch kijk ik er al jaren tegenop… ik droom en praat erover… maak er schilderijen van…

Ietwat onverschillig loop ik richting de heuvel… mn handen in mn zakken. Misschien dat de heuvel zijn paden openbaart als ik laat zien dat ik geen kwaad in de zin heb. Dat blijkt een te naïeve gedachte want… zelfs het eerste brokkelige steile stukje laat niet over zich heen lopen. Het spuugt mij nonchalant naar beneden voor ik de struiken bereik.

Twee blauwe plekken… een bloedlip en voor de tweede keer vandaag bijt ik in het stof. Met een hand boven mn ogen kijk ik omhoog. Over de rand van het steile deel, rondom de heuvel staan wilde rozen, bramen en ander verstrikkend of prikkelbaar gewas. Als ik het steile deel zou overwinnen is er nog geen doorkomen aan.

Vanaf hier kun je zien dat er een huisje staat. Het huisje zelf zie je niet maar wel het puntje van een schoorsteen. Het huisje onder de schoorsteen heb ik al duizend keer in mn hoofd ontworpen, gebouwd en verbouwd… Het pad er naar toe aanleggen dat lukt me niet. Niet in mn hoofd en niet in het echt. Ik heb niemand naar boven of beneden zien gaan. Het is er stil. Nou ik dat zo zeg, valt het me op dat zelfs de vogels op de heuvel stil zijn… als ze er zijn.

Ik wil zo graag naar boven. In ander dan lichamelijk contact met mensen om me heen moet ik steeds weer uitleggen wie ik ben en wat ik doe of waarom… en… het lukt me niet meer. Ik wil het niet meer… Ik…

“Hop” hoor ik boven mijn gejammer uit. Ik zie vanuit mn ooghoeken hoe een lange dunne man over een struik springt. Hij landt op zn kont op het steile stuk en glijdt naar beneden… Zonder uit te kunnen wijken schuift ie zo bij mij op schoot. Heel even kijkt ie boos maar mijn verwonderde blik werkt ontwapenend. “Hallo…” zegt ie… en “… dit is mijn zachtste landing ooit!”.

Terwijl ie overeind krabbelt gaat ie verder…: “Ik ben Billy van hierboven. Wat aardig dat je me opvangt. Kom eens thee drinken…” ik kom niet verder dan: “Hallo… ik ben… hoe? Waar…?” Ik wijs wild richting heuveltop en terug. Mn tong zit in de knoop…

Billy kijkt me aan en zwijgt. “Ik wil erg graag naar boven” zeg ik als ik me herpakt heb. “Al jaren. Ik heb plannen gemaakt… wegen gezocht… mensen gesproken… vertel me alsjeblieft…Hoe kom ik boven?”.

Zn ogen beginnen te glimmen. “als ik het zo eenvoudig zou maken, was het boven drukker dan hier beneden! Ik heb niet zoveel met drukte…” Hij denkt even na en zegt met een soort geest-uit-de-fles stem…: “ik help je met raad. Wat je er mee doet, moet je zelf weten. Het wordt tijd om te stoppen met praten over de heuvel. In stilte vind je jouw weg naar boven vanzelf!”

Zonder mijn reactie af te wachten loopt ie verder. Hij fluit. Vreselijk vals. Voor ie de hoek omgaat roept ie: “je bent niet wat je zegt maar wat je doet!” Billy is al uit het zicht verdwenen en ik blijf beteuterd achter. Starend naar de plek waar Billy de heuvel af kwam rollen. “… je eigen weg” herhaal ik. Ik sta op en klop mezelf een beetje af.

Het dringt maar langzaam tot me door…. In mn hoofd stuitert elk woord van Billy heen, op, weer en neer. “Op de heuvel is het stil…”. “Stop met praten… je eigen weg” en een diepe zucht. Die zucht is van mezelf.

Op de terugweg naar boven loopt Billy me zwijgend voorbij. Ik roep m: “Billy…!” Hij kijkt om en zegt: verder kan ik je niet helpen. Er is er maar één die genoeg in zn mars heeft om jou te laten zwijgen… Genoeg gekletst! Doe wat je zegt… zoek jouw weg… De weg van…

Mart10

Super sub

logo mar10

Een scherp fluitsignaal haalt me terug naar het hier’nu’maals. Wie had dat nou verwacht? Jarenlang als super sub wachten op de reservebank. Geconcentreerd, soms coachend, soms zwijgend maar altijd aanwezig. Net als ik een jointje aan steek… ruim in blessuretijd… moet ik aantreden. Topfit ben ik niet meer maar tegensputteren is zinloos. De reservebank is op mij na leeg en het publiek al naar huis. MIJN kans om te schitteren. Hét moment… Er is geen tijd om een afweging te maken. Achteraf zie ik dat de afweging zwaarder zou zijn geweest dan het onvermijdelijke resultaat.

Na veertien vage jaren heb weer één van mn meiden onder mn vleugels. Mn hele leven staat op zn kop.

— lees hier verder a.u.b. — Super sub

Grote drama’s, kleine drama’s

logo mar10

Met een diepe zucht sta ik op. Ik geef me gewonnen en kleed me aan na uren draaien en rollebollen met mn onrust. Mn hoofd houdt zn kop niet en de slaap kan me niet te pakken krijgen. “Dan niet…” zeg ik en dat voelt meteen beter. Ik kan mezelf alleen verslaan door los te laten.

“Slapen is voor oude mensen” mompel ik terwijl de spiegel toont hoe ik mn haren op een staart doe… Het lijkt alsof mn gezicht wat meer tijd nodig heeft om wakker te worden. Mn spiegelbeeld kijkt op me neer en bouwt spanning op voor zn preek. Voor het zover is, draai ik me om en zeg: “… te laat!”

— lees hier verder a.u.b. — Grote drama’s, kleine drama’s

Beste wensen

logo mar10

Januari is voorbij en ik ben aan de voorjaarsschoonmaak begonnen. Je zou kunnen zeggen: “nou nou… ijverige kerel hoor… de voorjaarsschoonmaak in februari…” maar dan zou je een vergissing maken. Dit is de voorjaarsschoonmaak van vorig jaar. Vorig jaar eindigde de schoonmaak nog voor ie begon en dit jaar…

Meestal ben ik niet zo bezig met het aan kant houden van mn huis. Het ergste vuil haal ik weg en als mn meiden komen ruim ik ook nog op. Ik doe de was trouw en ik slaap graag onder schone dekens. Mn toilet hoort bij de schoonste van de Maaspoort. Toch… stiekem hoopt er hier of daar wel eens wat op… mn uitzicht is bruiner

— lees hier verder a.u.b. — Beste wensen

Appels met participeren vergelijken

logo mar10

Ik heb de neiging om hardop te zeggen dat tweeduizend veertien een jaar is om snel te vergeten maar ik weet beter. Dit jaar is er veel met me gebeurd. Veel onvergetelijke dingen… Er is geen tijd meer om de kleur van het oude jaar te veranderen, om fouten herstellen of behaalde successen te herbeleven. Voor nu laat ik het voor wat het is want nu stemt het me verdrietig. Misschien dat nieuwe adem in het komende jaar mijn zicht op zn voorganger verzacht… zoals altijd.

Tweeduizendvijftien begint meteen heftig. Op Eén januari treedt de Participatiewet in werking. Ik heb erover gelezen en mensen over horen praten. Hier en daar heb ik discussies opgevangen en

— lees hier verder a.u.b. — Appels met participeren vergelijken

Mensen

logo mar10

“Ik ben niet boos op mensen…” zegt Mira zonder me aan te kijken. Ze tekent met een oogpotloodje een zonnetje op mn hand. “…Ik hou van ze! Elke dag zoek ik een plekje in de stad om me even mens tussen mensen te voelen. Ik hou niet van één mens of van een groep… ik hou van álle mensen!” zegt ze en ze maakt een groots gebaar met haar armen. “Alleen…” zegt ze en ze stopt.  Ze kijkt om zich heen en begint te huilen. Heel zachtjes. Haar gezicht vertrekt nauwelijks maar haar ogen lopen vol. Net als ik denk dat tranen uitblijven, ontsnapt er één. Nu zie ik pas echt hoe jong ze nog

— lees hier verder a.u.b. — Mensen

Spinnen

logo mar10

Een douche heeft haar goed gedaan. Dampend staat ze voor me en haar tranen zijn verdwenen. Ze geeft me een kus, gaat naast me op de bank zitten en neemt een slokje van dr witte wijn on the rocks. Even stribbelt ze tegen maar dan legt ze dr hoofd in mijn schoot en valt ze in slaap. Ik maak zachtjes krulletjes in dr haar. Ze lijkt wel te spinnen…

Vanochtend om half vijf stond ze onaangekondigd voor mn deur. Zonder na te denken of kleren loop ik mn balkon op en fluister:” Wie is daar?” Ze zet een stap achteruit zodat ze me ziet en zegt niets. “Oei!” kan ik nog uitbrengen en ik maak

— lees hier verder a.u.b. — Spinnen

Normaal gesproken kansloos…

logo mar10

Zo dichtbij en toch onbereikbaar. Midden op de brug tussen het station en de stad zit ze op de grond. Ze kijkt vrolijk rond en merkt de drukte om zich heen niet op. De nachtploeg loopt aan de ene kant van de brug op huis aan en aan deze kant dienen vers geschoren, geplukte en geschminkte werkers zich aan. Op geen van deze mensen is iets aan te merken. Het zijn één voor één unieke, mooie mensen maar ze hebben geen tijd om dat zelf te zien. Willoos offeren ze zich op als werkmieren voor een Koningin. Ze leven. Planten zich voort … en sterven.

De mevrouw op de brug draait haar hoofd mijn kant

— lees hier verder a.u.b. — Normaal gesproken kansloos…

ik stop (voorlopig) met schrijven

ik kan woorden in het donker niet van elkaar onderscheiden

Koetjes en kalfjes

logo mar10

Met mn voeten in een kolk onder de rook van Oud Empel, lig ik op mn rug en kijk naar de wolken. Ik ben hier bijna elke dag. Hemelsbreed is het minder dan één kilometer van mn huisje. Het is hier prachtig… prachtig en stil. Als er in Nederland al sprake is van natuur dan zit ik er midden in. Ik ga even rechtop zitten om een shagje te draaien en op enkele meters afstand van mij zit een vos. Hij schrikt en schiet het hoge gras in. In de verte loopt een kudde blonde koeien te grazen. Een paar koeien zien me en beginnen te rennen. De rest volgt direct want in een kudde

— lees hier verder a.u.b. — Koetjes en kalfjes