Appels met participeren vergelijken

Ik heb de neiging om hardop te zeggen dat tweeduizend veertien een jaar is om snel te vergeten maar ik weet beter. Dit jaar is er veel met me gebeurd. Veel onvergetelijke dingen… Er is geen tijd meer om de kleur van het oude jaar te veranderen, om fouten herstellen of behaalde successen te herbeleven. Voor nu laat ik het voor wat het is want nu stemt het me verdrietig. Misschien dat nieuwe adem in het komende jaar mijn zicht op zn voorganger verzacht… zoals altijd.

Tweeduizendvijftien begint meteen heftig. Op Eén januari treedt de Participatiewet in werking. Ik heb erover gelezen en mensen over horen praten. Hier en daar heb ik discussies opgevangen en stukjes op tv gezien. Het zou eenvoudig zijn om de wankele poten onder die wet uit te blazen maar dan blijft er een vacuüm over die nog meer problemen veroorzaakt dan de wet zelf, alhoewel…

Vannacht heb ik in een levensechte nachtmerrie gevochten voor mn bestaansrecht. De participatiewet heeft een donkere schaduw over mn nacht gelegd en als ik eraan terugdenk voel ik een aanval van hyperventilatie opkomen…

“Ik hou me niet van den domme…!” schreeuw ik. “Waar haal jij het recht vandaan om mij op deze manier te beledigen!” De buurman heeft me horen schreeuwen in mn slaap zei hij toen ik m net in de hal tegenkwam. “Je kent me verdomme nog geen tien minuten…!” In mn slaap zwellen mn slapen op en een stekende hoofdpijn komt vanuit het niets opzetten. Het vult niet alleen mn hoofd maar ook de hele kamer er omheen. Mijn blik kan nu doden en ik recht mn vingers om te voorkomen dat ze gebald een vechthouding aannemen. Ik bijt mezelf op mn tong en de pijn of smaak van bloed voorkomt dat ik fysieke schade aanricht bij deze uiterst kalm ogende provocerende man. “Hoe durf je…” krijg ik er nog uit net voor ik dicht sla. Zachtjes begin ik te huilen.

De man gaat nog even verder. “Meneer, als u niet direct uw toon matigt dan moet ik u verzoeken deze ruimte te verlaten en dat zal niet zonder consequenties blijven… Indien u geen gehoor…” en dan onderbreekt hij zn zin. Mijn boosheid is al verdwenen en ik hoor niets meer. Er komt bloed van mijn tong uit mn mond, snot uit mn neus en tranen uit mijn ogen. Mijn woede heb ik bedwongen door het totale systeem uit te schakelen. Bijna tot Apathie gedreven koppel ik mezelf los van het moment. Het besef van tijd versmelt met stilte… en even slaap ik rustig verder.

Ineens ga ik rechtop zitten. De man tegenover me schrikt er zo van dat zn stoel even wankelt. De plotselinge beweging… mn verwilderde gezicht getekend in bloed zweet en tranen roept niets in hem op dan afschuw. Hij kan geen woord uitbrengen.

Na een comfortabele stilte neem ik het woord. Mn stemverheffing heeft plaats gemaakt voor een bijna fluisterende stem zonder de warmte erin te verliezen en mijn ogen spugen geen vuur meer.Ik hoor mezelf een helder en onderbouwd betoog houden over participeren, over de plotselinge ommezwaai van arbeidsongeschikte naar werk plichtige. Ik leg de man rustig uit dat er met het aannemen van een wet niets verandert aan de beperkingen waarmee ik arbeidsongeschikt naar huis ben gestuurd. Aan het eind zeg ik een tikkeltje cynisch: “Ik zal GEEN gehoor geven aan welk verzoek dan ook. Niet jij… niet een ander maar ik zal mij zonder pardon uit deze ruimte verwijderen. Desnoods met geweld. DAT zal mij leren!”

Rustig trek ik mn jas aan en ik geef de man een hand. Ik loop de ruimte uit en voor ik de deur achter me sluit zeg ik… je hoeft niet zo heel erg slim te zijn om de spelletjes mee te spelen die je opgedwongen worden… Zonder m de tijd te geven daar op te reageren loop ik met “… Ik wens zelfs jou een gelukkig Nieuwjaar…” naar buiten.

De arme man. Dit heeft hij niet verdiend. Als ie me gek maakt verdient ie mn gekte en niet mn rede. Doodmoe en gebroken word ik wakker en meteen sta ik op.

What a hell of a way to start a new year!*

 

 

 

Vrij uit het Amerikaans-Engels vertaald:

*Een gelukkig Nieuwjaar van

Mar10

 

 

Mensen

logo mar10

“Ik ben niet boos op mensen…” zegt Mira zonder me aan te kijken. Ze tekent met een oogpotloodje een zonnetje op mn hand. “…Ik hou van ze! Elke dag zoek ik een plekje in de stad om me even mens tussen mensen te voelen. Ik hou niet van één mens of van een groep… ik hou van álle mensen!” zegt ze en ze maakt een groots gebaar met haar armen. “Alleen…” zegt ze en ze stopt.  Ze kijkt om zich heen en begint te huilen. Heel zachtjes. Haar gezicht vertrekt nauwelijks maar haar ogen lopen vol. Net als ik denk dat tranen uitblijven, ontsnapt er één. Nu zie ik pas echt hoe jong ze nog

— lees hier verder a.u.b. — Mensen

Spinnen

logo mar10

Een douche heeft haar goed gedaan. Dampend staat ze voor me en haar tranen zijn verdwenen. Ze geeft me een kus, gaat naast me op de bank zitten en neemt een slokje van dr witte wijn on the rocks. Even stribbelt ze tegen maar dan legt ze dr hoofd in mijn schoot en valt ze in slaap. Ik maak zachtjes krulletjes in dr haar. Ze lijkt wel te spinnen…

Vanochtend om half vijf stond ze onaangekondigd voor mn deur. Zonder na te denken of kleren loop ik mn balkon op en fluister:” Wie is daar?” Ze zet een stap achteruit zodat ze me ziet en zegt niets. “Oei!” kan ik nog uitbrengen en ik maak

— lees hier verder a.u.b. — Spinnen

Normaal gesproken kansloos…

logo mar10

Zo dichtbij en toch onbereikbaar. Midden op de brug tussen het station en de stad zit ze op de grond. Ze kijkt vrolijk rond en merkt de drukte om zich heen niet op. De nachtploeg loopt aan de ene kant van de brug op huis aan en aan deze kant dienen vers geschoren, geplukte en geschminkte werkers zich aan. Op geen van deze mensen is iets aan te merken. Het zijn één voor één unieke, mooie mensen maar ze hebben geen tijd om dat zelf te zien. Willoos offeren ze zich op als werkmieren voor een Koningin. Ze leven. Planten zich voort … en sterven.

De mevrouw op de brug draait haar hoofd mijn kant

— lees hier verder a.u.b. — Normaal gesproken kansloos…

ik stop (voorlopig) met schrijven

ik kan woorden in het donker niet van elkaar onderscheiden

Koetjes en kalfjes

logo mar10

Met mn voeten in een kolk onder de rook van Oud Empel, lig ik op mn rug en kijk naar de wolken. Ik ben hier bijna elke dag. Hemelsbreed is het minder dan één kilometer van mn huisje. Het is hier prachtig… prachtig en stil. Als er in Nederland al sprake is van natuur dan zit ik er midden in. Ik ga even rechtop zitten om een shagje te draaien en op enkele meters afstand van mij zit een vos. Hij schrikt en schiet het hoge gras in. In de verte loopt een kudde blonde koeien te grazen. Een paar koeien zien me en beginnen te rennen. De rest volgt direct want in een kudde

— lees hier verder a.u.b. — Koetjes en kalfjes

Stelling van Lot

 “… je kunt het Lot niet ontlopen” zegt ie stellig en dan valt het gesprek stil. We zitten met gesloten ogen op een muurtje en zoeken minutieus naar het zonnigste plekje. Hij zoekt warmte, ik licht. In een poging zn stelling van Lot om de tuin te leiden zeg ik “… natuurlijk kan dat wel. Het Lot speelt vals. Net als je denkt dat je het Lot aanvaard hebt, blijkt jouw Lot te bestaan uit het ontlopen ervan. Als ik ook mag vals spelen… win ik!” Hij gaat rechtop zitten, kijkt me aan en zegt: “Wat kun jij de dingen toch mooi zeggen…”. Hij maakt me vrolijk. Aangemoedigd ga ik door: “Als ik vanochtend wist

— lees hier verder a.u.b. — Stelling van Lot

Ademloos

Het regent al de hele dag. Zelfs in mn hoofd. De trucjes die ik ken om mn onrust te foppen, werken niet maar ik geef me niet gewonnen.

Geen geluid van binnen of buiten en niemand waagt zich in de regen op straat. Alles om me heen ademt opgeruimde stilte. De koelkast slaat af en ik houd heel even mn adem in… Hoe graag ik het ook wil, niets of niemand draagt bij aan mn rusteloosheid. Waarom vecht ik ertegen…?

De tijd klopt met mijn beleving van de dag en de temperatuur met de tijd van het jaar. De stilte op straat met een ijzige voorjaarsbui en mn hongergevoel met “lang na etenstijd”. Alle

— lees hier verder a.u.b. — Ademloos

Ouderdom

 

 

Toen ik zo klein was dat ik meer dan een uur op mn opa’s knie kon zitten wist ik het al. Oud zijn is bijzonder. Mijn opa kon stil zijn. Echt stil… Dagen en dagen lang in dezelfde stoel. Zn stok had ie vast alsof ie elk moment kon opstaan maar dat deed ie nooit. Soms sliep ie maar meestal niet.

Hij sprak nooit en heel soms snauwde hij iets. Vaker gromde hij gewoon. Er waren wel geluiden maar ze leken zo door opa heen te gaan. Mijn opa was al zo lang stil dat hij geen zinnen meer kon maken.

Voor mij was dat allemaal logisch. Als mn opa stil mocht

— lees hier verder a.u.b. — Ouderdom

The One

 

Om zes uur stap ik vanuit de trein, zonder vertraging of wachttijd, rechtstreeks de bus in. Ik ben te moe om naar huis te lopen en er staat nog wat op mn Ov-kaart. Als ik thuis ben sta ik in de min maar dat zuiver ik wel aan in betere tijden.

Bus 69 richting Maaspoort is al aardig vol. Met een diepe zucht plof ik neer naast een man die er te netjes uitziet voor de tijd van de dag. Hij draagt een pak met een lange jas erover. Er onder draagt ie glimmende Italiaanse merkschoenen. Het geheel is met een vrolijke stropdas bij elkaar geknoopt. Ik kan geen kreukel ontdekken. Als ik

— lees hier verder a.u.b. — The One