Stelling van Lot

 “… je kunt het Lot niet ontlopen” zegt ie stellig en dan valt het gesprek stil. We zitten met gesloten ogen op een muurtje en zoeken minutieus naar het zonnigste plekje. Hij zoekt warmte, ik licht. In een poging zn stelling van Lot om de tuin te leiden zeg ik “… natuurlijk kan dat wel. Het Lot speelt vals. Net als je denkt dat je het Lot aanvaard hebt, blijkt jouw Lot te bestaan uit het ontlopen ervan. Als ik ook mag vals spelen… win ik!” Hij gaat rechtop zitten, kijkt me aan en zegt: “Wat kun jij de dingen toch mooi zeggen…”.
Hij maakt me vrolijk. Aangemoedigd ga ik door: “Als ik vanochtend wist dat het Lot mij deze middag op deze magische plek met jou zou samenbrengen… op nog geen vier minuten van mijn huis… dan zou ik mijn Lot misschien kunnen ontlopen. Tussen mijn huis en dit muurtje zijn minstens drie zijstraten, ik moet nog boodschappen doen en ik ben mn sleutelbos al een tijdje kwijt. Toch zit ik hier…”
“Ja… Toch zit ik hier, herhaalt ie met mijn zachte ‘g’… ik zit ook hier met jou en Lot. Jullie zijn trouwens even vaag als aangenaam weet je dat?”. De stelling van Lot wandelt vrolijk de tuin in en weigert zich om  te laten leiden. “Ik ben blij dat je het Lot vandaag niet hebt ontlopen anders had je onbedoeld mijn dag een dramatische wending gegeven… Ik ben hier regelrecht naartoe gelopen. Hier moest ik zijn en jij was er al…” Hij neemt een slokje witte wijn uit een appelsap-flesje en vraagt me: “… wil jij een slok?”
Ik hou mn waterflesje omhoog en neem ook een slok zonder te antwoorden. Ik merk dat ik zelf ook blij ben dat ik vandaag met het Lot ben mee gekuierd… lopen zonder doel of richting en gaan zitten op het meest lichte plekje in de buurt. Dit plekje.
Niemand kon weten dat ik hier vandaag zou zitten… dat ik iemand zou treffen die in dezelfde beeldspraak denkt en spreekt als ik. Iemand die me niet voorbij liep maar resoluut naast me kwam zitten en vrijwel direct op minder dan één meter van mn mond de zinnen die ik bedenk, afmaakt zonder mijn woorden.
“Als ik wat dieper nadenk over je stelling van Lot” ga ik verder “… als ik je stelling steeds opnieuw bekijk in andere omstandigheden… dan zie ik een uitdaging…” Alleen zn mondhoeken reageren op mn zin…”Het Lot heeft namelijk tot nu toe bepaald dat ik alles kan ont~lopen.’ Als ik moe ben of boos… als mn problemen groter worden dan mn lijf… of onrust alles naar de achtergrond werkt… dan ga ik lopen. Geladen woorden, self fulfilling prophecies en doemdenkerij verliezen aan kracht als ik me doelloos beweeg. Het lijkt wel of ze interesse verliezen als ze merken dat ze geen vat op me krijgen. Zonder om te kijken, voel ik me steeds lichter worden en loop ik door tot alles is ontlopen…”.
“Zo werkt het…”, zegt ie… tenminste… “ hij wacht even om zo veel mogelijk aandacht uit het moment te oogsten “… als je uitgaat van het feit dat je het Lot KUNT ontlopen!”
We kijken elkaar minutenlang aan en ik merk dat ik mijn benen onrustig heen en weer laat bungelen… Als hij dat ook opmerkt zegt ie: “… hé, kijk… je Lot loopt weer verder!” Tegelijkertijd spring ik van het muurtje af. Zonder om te kijken roep ik over mn schouder: “ik kan alles ontlopen en als je me niet gelooft… kom dan op zondag drie augustus rond elf uur naar ons muurtje.
Ik zal er zijn… met of zonder Lot van…
logo mar10

 

Ademloos

Het regent al de hele dag. Zelfs in mn hoofd. De trucjes die ik ken om mn onrust te foppen, werken niet maar ik geef me niet gewonnen.

Geen geluid van binnen of buiten en niemand waagt zich in de regen op straat. Alles om me heen ademt opgeruimde stilte. De koelkast slaat af en ik houd heel even mn adem in… Hoe graag ik het ook wil, niets of niemand draagt bij aan mn rusteloosheid. Waarom vecht ik ertegen…?

De tijd klopt met mijn beleving van de dag en de temperatuur met de tijd van het jaar. De stilte op straat met een ijzige voorjaarsbui en mn hongergevoel met “lang na etenstijd”. Alle

— lees hier verder a.u.b. — Ademloos

Ouderdom

 

 

Toen ik zo klein was dat ik meer dan een uur op mn opa’s knie kon zitten wist ik het al. Oud zijn is bijzonder. Mijn opa kon stil zijn. Echt stil… Dagen en dagen lang in dezelfde stoel. Zn stok had ie vast alsof ie elk moment kon opstaan maar dat deed ie nooit. Soms sliep ie maar meestal niet.

Hij sprak nooit en heel soms snauwde hij iets. Vaker gromde hij gewoon. Er waren wel geluiden maar ze leken zo door opa heen te gaan. Mijn opa was al zo lang stil dat hij geen zinnen meer kon maken.

Voor mij was dat allemaal logisch. Als mn opa stil mocht

— lees hier verder a.u.b. — Ouderdom

The One

 

Om zes uur stap ik vanuit de trein, zonder vertraging of wachttijd, rechtstreeks de bus in. Ik ben te moe om naar huis te lopen en er staat nog wat op mn Ov-kaart. Als ik thuis ben sta ik in de min maar dat zuiver ik wel aan in betere tijden.

Bus 69 richting Maaspoort is al aardig vol. Met een diepe zucht plof ik neer naast een man die er te netjes uitziet voor de tijd van de dag. Hij draagt een pak met een lange jas erover. Er onder draagt ie glimmende Italiaanse merkschoenen. Het geheel is met een vrolijke stropdas bij elkaar geknoopt. Ik kan geen kreukel ontdekken. Als ik

— lees hier verder a.u.b. — The One

Gelukkig

logo mar10

 

Er staat al een mok dampende koffie op tafel als ik binnenkom. Wiener melange met twee extra zoetjes. “Kom eens hier…” zegt ze “… je bent weer afgevallen”. Bijna routinematig scant ze me vliegensvlug maar grondig van top tot teen. Dan pakt ze me vast en kust me. Op dr gezicht kan ik niet aflezen hoe het met me gaat en dat blijft me verwonderen. We leven bijna dertien jaar gescheiden van elkaar en nog dreigt elke kriebel in mn buik te zakken tot bedenkelijk laag niveau. Als we bij de koffie aan tafel gaan zitten, valt ze, anders dan anders, meteen stil.

Ze kijkt me aan en zoekt naar woorden… Dan vraagt

— lees hier verder a.u.b. — Gelukkig

Ik mis je

Morgen is het Kerstmis en het is nog donker als ik op weg ga naar Linda. Het is kwart voor acht. Op dit tijdstip ben ik niet vaak op straat en al helemaal niet als het zo koud is. Natuurlijk weet ik dat het zo vroeg al druk is op straat maar het verbaast me elke keer. Van binnen en buiten dampende bussen, rijen auto’s en stoere fietsers. Iedereen is uit bed en niemand lijkt wakker.

Adem halen is bijna ondoenlijk met zoveel uitlaatgassen in de lucht. De miljoenen auto’s van tienduizenden euro’s zijn door de bank gefinancierd om automobilisten naar het werk te brengen. Met een baan verdienen ze precies genoeg om de auto

— lees hier verder a.u.b. — Ik mis je

Ik zie… ik zie!

… In mijn droom ben ik blind. Tenminste… tot ik mezelf onder ogen kom… Totdat… “Ik zie, ik zie wat jij niet ziet… en ‘het’ is …!” Een piepklein stemmetje vult mijn droom en het vol-ledige pleintje voor mn deur. De droom eindigt daarmee abrupt… Ben ik nu wakker? De overgang van slapen naar waken brengt me in de war of er juist uit. Alles lijkt wazig.

De zon accentueert de mooiste plekjes in de straat. Kinderlijk eenvoudige magie met verstrekkende gevolgen. Het lichtende schouwspel met warme scherpe beelden tot bijna doorzichtig vage hebben me vanochtend naar mn bankje op het balkon gelokt. Overal hangen flarden. Flarden van dromen gewoon voor het uitkiezen. Onder mn

— lees hier verder a.u.b. — Ik zie… ik zie!

Heel de heler *

Zonder één kledingvezel teveel aan mn lijf stap ik mn deur uit. Wat een zomer. Mensen die zich normaal gesproken vrijwillig opsluiten in huis of een kantoor, vluchten nu naar buiten. Ik kom de raarste mensen tegen. Ik woon hier al vier jaar en gister zag ik de man die in het huis naast me woont voor het eerst. Hij is zo bezig met vliegens-vluchten, werken en andere blijkbaar nogal belangrijke zaken, dat ie soms bijna doorzichtig is. Doorzichtige mensen storen me niet.

Buiten groei ik direct een paar centimeter. Mn ogen gaan verder open en mn schouders rechten zich als vanzelf. Ik zuig een iets te grote ademteug in mn longen en de hommel

— lees hier verder a.u.b. — Heel de heler *

De Zon

 

Wegens ziekte is in de laatste Zelfkrant geen kolom vamme geplaatst

zonder doodlijn geen kolom

en toen kwam de zon

In welk hokje zit jij?

“Ik heb er toch moeite mee”, zegt ze. “Ik loop steeds tegen een muur van onbegrip … In een maand tijd ben ik op bijna elke persoonlijkheidsstoornis getest maar scoor nergens hoog genoeg…!” Ze kijkt er sip bij. “Morgen word ik op Pervasieve ontwikkelingsstoornissen getest. De laatste test in het rijtje…”

Haar ‘moeite’ is zichtbaar. Ze beweegt onrustig en de spieren in haar schouders zijn verkrampt. Een paar keer per minuut schudt ze een haarlok voor haar ogen weg en ze hakkelt een paar keer in elke zin. Ik kan niet anders dan glimlachen. Ze raakt me… ontroert me.

Zonder zich aan mn glimlach te storen gaat ze verder. “Een fijne man, twee kinderen, een

— lees hier verder a.u.b. — In welk hokje zit jij?